Weigering verzekeringsclaim voor zieke Chihuahua - Van Breukelen Advocatuur
J. van Breukelen Geen reacties

Op 7 december 2018 heeft het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (Kifid) een interessante uitspraak gedaan over een weigering van een verzekeringsclaim. Het ging over de behandelingskosten van een zieke Chihuahua. De verzekeraar (Aegon) had de uitkering geweigerd. Volgens de verzekeraar had de verzekeringnemer bij het aanvragen van de verzekering ten onrechte aangegeven dat de hond gezond was.

Wat waren de feiten?

Klaagster had op 25 september 2011 via internet een huisdierenverzekering afgesloten voor haar Chihuahua. Op het aanvraagformulier had zij aangekruist dat haar hond op dat moment volledig gezond was.

Bijna 6 jaar later, op 6 april 2017, deed klaagster een beroep op de verzekering. Zij claimde een totaalbedrag van € 871,21 voor een behandeling van haar Chihuahua. De verzekeraar deed vervolgens onderzoek en men vroeg informatie op bij de dierenarts. Hieruit bleek dat de hond 2 dagen voor de aanvraag van de verzekering ziek was. Klaagster was op 23 en 24 september 2011 bij de dierenarts geweest die op dat moment een hospitalisatie en een infuus adviseerde. Ook de dag ná de aanvraag (26 september 2011) zou klaagster bij de dierenarts zijn geweest.

Klaagster heeft vervolgens een bericht van de dierenarts overgelegd waaruit bleek dat zij op 26 september 2011 alleen bij de dierenarts was geweest om voer te halen. Ook stelde zij dat de hond op 23 en 24 september weliswaar zwak was, maar wel gezond.

Op 30 mei 2017 liet de verzekeraar weten de claim definitief te zullen weigeren. Volgens de verzekeraar had klaagster opzettelijk informatie verzwegen om een verzekering tot stand te laten komen. De verzekeringsovereenkomst werd per direct beëindigd en de persoonsgegevens van klaagster werden voor de duur van 4 jaar opgenomen in het Incidentenregister en het Extern Verwijzingsregister.

De procedure bij het Kifid

Klaagster diende een klacht in bij het Kifid. Zij en de verzekeraar kozen vervolgens voor bindend advies van de geschillencommissie van het Kifid.

Klaagster vorderde uitkering van de kosten van de behandeling van de hond. Daarnaast eiste zij voortzetting van de verzekeringsovereenkomst en verwijdering van de registratie in het Incidentenregister en Extern Verwijzingsregister.

Op de hoorzitting kwam de verzekeraar deels tegemoet aan klaagster. Na het aanhoren van haar uitleg kwam de verzekeraar terug op het standpunt dat klaagster opzettelijk zou hebben gehandeld. De registratie in het Incidentenregister en het Extern Verwijzingsregister werd doorgehaald. Men bleef er echter bij dat er onjuiste informatie was gegeven. Er was volgens de verzekeraar niet voldaan aan de mededelingsplicht van artikel 7:928 BW. De verzekeraar deed een beroep op artikel 7:930 lid 4 BW en stelde niet tot uitkering verplicht te zijn.

Hoe oordeelde de geschillencommissie van het Kifid?

De geschillencommissie haalt een uitspraak van 5 oktober 2018 aan. Hieruit blijkt dat bij de beoordeling van een beroep op artikel 7:930 lid 4 BW als uitgangspunt geldt een toetsing aan het acceptatiebeleid van een redelijk handelend verzekeraar. Dit is alleen anders indien de verzekeringnemer bekend was of behoorde te zijn met het individuele acceptatiebeleid van de verzekeraar. De geschillencommissie:

Verzekeraar heeft op de zitting uitgelegd dat hij de verzekering niet zou hebben geaccepteerd, maar heeft daarbij niet gesteld of aannemelijk gemaakt dat dit in overeenstemming is met het beleid van de redelijk handelend verzekeraar. Hij heeft ook niet gesteld of aannemelijk gemaakt dat hij zijn individuele acceptatiebeleid aan Consument kenbaar had gemaakt voordat zij de verzekeringsaanvraag deed. Gelet op het arrest van de Hoge Raad van oktober 2018 brengt dit naar het oordeel van de Commissie mee dat Verzekeraar zich er niet op kan beroepen dat hij de verzekeringsaanvraag niet zou hebben geaccepteerd. Dit betekent dat de gevolgen die Verzekeraar hieraan heeft verbonden, namelijk de beëindiging van de verzekering en de afwijzing van de schade, niet terecht zijn.

Klaagster werd volledig in het gelijk gesteld. Aegon moest de verzekering met terugwerkende kracht herstellen en de geclaimde schade aan klaagster uitkeren.

Conclusie

De conclusie van deze uitspraak is dat er hoge eisen worden gesteld aan het weigeren van een verzekeringsclaim. De enkele stelling dat bij het aangaan van de verzekering onjuistheden zijn vermeld is niet voldoende. Men kan niet in het algemeen zeggen dat men de verzekeringsaanvraag zou hebben geweigerd als men wél de juiste informatie had gekregen. Dat kan slechts als aannemelijk is gemaakt dat dit in overeenstemming is met het beleid van een redelijk handelend verzekeraar óf wanneer het individuele acceptatiebeleid kenbaar is gemaakt voorafgaand aan de aanvraag.

Lees ook:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *