Gratieverzoek
J. van Breukelen Geen reacties

Dit artikel werd bijgewerkt op 3 december 2020

gra·tie (de; v) 1. zwier, bevalligheid 2. goedgezindheid, gunst: uit de gratie zijn 3. ontheffing van straf; = genade: iem. gratie verlenen.” Zoals de Van Dale het beschrijft, is gratie de genade die de Koning kan geven door het kwijtschelden, verminderen of veranderen van een straf. Hoe dient u een gratieverzoek in, wanneer wordt gratie verleend en wat zijn daar de gevolgen van? U leest het in dit artikel.

Waar staan de regels?

In artikel 122 van de Grondwet staat dat de Koning gratie kan verlenen. In het laatste hoofdstuk van het Wetboek van Strafvordering staan in de artikelen 6:7:1 t/m 6:7:8 de regels over gratie. Daarnaast staan er nog nadere regels in de Gratiewet.

Wat is gratie?

Gratie is het kwijtschelden, veranderen of verminderen van een straf of maatregel (bv. TBS) die door de strafrechter is opgelegd.

Wat is een gratieverzoek?

Een gratieverzoek is een verzoek aan de Koning om een straf of maatregelen kwijt te schelden, te veranderen of te verminderen.

Wanneer kun je om gratie verzoeken?

Aan het indienen van een gratieverzoek zijn verschillende voorwaarden verbonden:

  1. u bent veroordeeld, maar uw straf is nog niet aangevangen;
  2. er is sprake van een onherroepelijke veroordeling (hoger beroep of cassatie is niet meer mogelijk);
  3. de veroordeling is al 3 maanden onherroepelijk of deze is korter onherroepelijk, maar er is sprake van nieuwe omstandigheden*;
  4. de veroordeling gaat niet over een verkeersovertreding of deze gaat wel over een verkeersovertreding, maar deze is door de strafrechter uitgesproken;
  5. de straf is geen geldboete of deze is wel een geldboete, maar deze is hoger dan €340,-;
  6. dit is niet het tweede gratieverzoek of dit is wel het tweede gratieverzoek, maar uw omstandigheden zijn sinds die tijd gewijzigd; en
  7. u heeft de straf of maatregel nog niet ondergaan.

*Een voorbeeld van een nieuwe omstandigheden kan zijn dat u binnen drie maanden na het vonnis ongeneselijk ziek wordt.

Uit artikel 2 van de Gratiewet volgt namelijk dat het moet gaan om een omstandigheid waar de rechter toen geen kennis van had en dus geen rekening mee kon houden in zijn beslissing. Als er geen sprake is van een nieuwe omstandigheid kan er nog gratie worden verleend als achteraf blijkt dat met de straf of maatregel geen doel wordt getroffen. Denk bijvoorbeeld aan een levenslang gestrafte die een erg oud is, niet nog een keer de fout in zal gaan en ‘zijn lesje wel heeft geleerd’.

Veroordeling door een niet-Nederlandse rechter

Als u bent veroordeeld door een buitenlandse rechter of het Internationaal Strafhof (ISH), kan ook voor die veroordelingen gratie worden verleend. Daarbij geldt dat:

  • de gevangenisstraf is opgelegd door het Internationaal Strafhof en deze moet in Nederland worden uitgezeten;
  • de gevangenisstraf is opgelegd door een buitenlandse rechter en deze moet in Nederland worden uitgezeten; of
  • er is een andere sanctie door een Europese lidstaat opgelegd en deze moet in Nederland ten uitvoer worden gelegd.

Bij welke straffen of maatregelen kan een gratieverzoek worden ingediend?

Artikel 6:7:1 van het Wetboek van Stafvordering noemt de straffen en maatregelen waarvoor gratie kan worden verleend. Hierbij gaat het om straffen en maatregelen die door de Nederlandse strafrechter zijn opgelegd. Het moet dan gaan om:

  • hoofdstraffen en bijkomende straffen; of
  • maatregelen zoals onttrekking aan het verkeer, ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege (TBS), plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) en vrijheidsbeperking.

De hoofdstraffen en bijkomende straffen staan in artikel 9 van het Wetboek van Strafrecht. De hoofdstraffen zijn: gevangenisstraf, hechtenis, taakstraf en geldboete. Voor de geldboete geldt dat deze hoger moet zijn dan € 340,- De bijkomende straffen zijn: ontzetting van bepaalde rechten (bv. uitoefening van een bepaald beroep), verbeurdverklaring en openbaarmaking van de uitspraak.

Hoe verloopt de behandeling van een gratieverzoek in de praktijk?

De veroordeelde zelf of een ander kan een gratieverzoek indienen. Die andere kan bijvoorbeeld een advocaat, reclasseringsmedewerker of familielid zijn. Indien een ander een gratieverzoek voor u indient, moet u hiervoor wel toestemming geven. Dit kan door een machtiging in te vullen. Als uw advocaat een gratieverzoek indient is geen machtiging nodig.

Hoe dien ik een gratieverzoek in?

1. U kunt uw gratieverzoek schriftelijk versturen naar Justis of een online gratieformulier invullen. Ongeacht de manier die u kiest, dient u bijlagen mee te sturen. Die bijlagen moeten bestaan uit bewijsstukken (bijv. een medisch rapport) en een toelichting op het verzoek.

2. Als uw formulier goed en volledig is ingevuld krijgt u een ontvangstbevestiging. Mochten er gegevens ontbreken dan krijgt u zes weken de tijd om de gegevens te corrigeren.

3. Vervolgens wordt het verzoek naar het Openbaar Ministerie en de rechtbank of het gerechtshof die uw zaak hebben behandeld gestuurd. Het Openbaar Ministerie verstrekt alle gegevens in uw zaak. De rechters vergelijken uw oude en nieuwe situatie.

4. Daarna brengen beiden een advies uit aan de minister van Rechtsbescherming. Als het advies negatief is, zal de minister uw gratieverzoek afwijzen. U krijgt schriftelijk een brief met de redenen waarom uw verzoek is afgewezen.

5. Als het Openbaar Ministerie en de rechters een positief oordeel geven, zal de minister de Koning positief adviseren. Dan volgt er uiteindelijk een positief antwoord op uw gratieverzoek.

Tot slot kunt u recente cijfers over gratieverzoeken vinden op de website van Justis. Het gratieverzoek is gemiddeld zes maanden in behandeling bij het ministerie.

Wat zijn de mogelijke uitkomsten van het gratieverzoek?

De volgende beslissingen na uw verzoek zijn mogelijk: buiten behandeling, afwijzing, toewijzing onder voorwaarden en onvoorwaardelijke toewijzing van uw verzoek.

Buiten behandeling

Het kan voorkomen dat u het formulier onvolledig invult en te laat bent met een correctie. Ook kan het zijn dat er een machtiging ontbreekt. Uw verzoek wordt dan buiten behandeling gelaten.

Afwijzing

Als het Openbaar Ministerie en de rechters een negatief advies geven, wordt uw verzoek afgewezen.

Toewijzing onder voorwaarden

Artikel 13 van de Gratiewet benoemt onder welke voorwaarden gratie wordt verleend. Door deze voorwaarden wordt het gedrag van de veroordeelde beïnvloedt. Voorwaarden kunnen zijn:

  • u voert een taakstraf uit;
  • er wordt een proeftijd afgesproken waarbinnen u geen strafbare feiten mag plegen;
  • u krijgt begeleiding van een reclasseringsmedewerker; of
  • u betaalt een geldsom aan de Staat.

Als u zich niet houdt aan de voorwaarden bij de voorwaardelijke toewijzing, kan de gratie worden ingetrokken.

Onvoorwaardelijke toewijzing

Ten slotte wordt het gratieverzoek toegewezen zonder dat er voorwaarden worden gesteld.

Wat zijn de gevolgen van een gratieverzoek?

Bij een toewijzing blijft de uitspraak van de strafrechter in stand, maar veranderen de gevolgen voor u. U ontvangt een brief als uw gratieverzoek wordt afgewezen. Hierin staat wanneer u zich moet melden om bijvoorbeeld uw gevangenisstraf uit te zitten.

Schorsende werking?

Als u een gratieverzoek indient, kan het zijn dat de straf die u moet uitzitten wordt opgeschort. Dit houdt in dat u uw straf niet hoeft te ondergaan totdat er een beslissing wordt genomen op uw verzoek. Dit heet de schorsende werking van het verzoek.

In artikel 6:7:2 van het Wetboek van Strafvordering staan de gevallen benoemd waarin het gratieverzoek schorsende werking heeft. Er is sprake van:

  • een vrijheidsstraf van zes maanden of minder;
  • een tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of minder;
  • een taakstraf; of
  • de situatie waarin één jaar is verstreken en de tenuitvoerlegging van een straf nog steeds niet is begonnen.

In artikel 6:7:3 van het Wetboek van Strafvordering staan een aantal gevallen waarin het verzoek geen schorsende werking heeft. Er is sprake van:

  • ongeoorloofde afwezigheid van een veroordeelde;
  • tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf nadat een eerste gratieverzoek is afgewezen;
  • een hernieuwd gratieverzoek ten aanzien van dezelfde veroordeling;
  • een gratieverzoek van een veroordeelde die in een vreemde staat is en voor wie een uitleveringsprocedure in behandeling is; of
  • een gratieverzoek voor straffen of maatregelen die in een vreemde staat ten uitvoer worden gelegd.

Wat als ik het niet eens ben met het oordeel over het gratieverzoek?

Tegen een afwijzing kunt u niet in bezwaar of beroep. Wel kunt na één jaar of als er zich plots nieuwe omstandigheden voordoen een hernieuwde aanvraag doen. Dit gaat op dezelfde manier als bij het eerste verzoek.

Vragen?

Is uw vraag door deze informatie niet beantwoord of wilt u advies in uw zaak? Neem dan contact op met ons kantoor voor een vrijblijvend gesprek.

Ook interessant:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *