J. van Breukelen Geen reacties

Wanneer u als verdachte bent aangehouden worden er meestal foto’s van u gemaakt en worden er vingerafdrukken van u afgenomen. Wat gebeurt er met deze gegevens wanneer u later bent vrijgesproken of wanneer uw zaak later is geseponeerd?

Dit is geregeld in het Besluit identiteitsvaststelling verdachten en veroordeelden. In artikel 5 van dit besluit is neergelegd dat zodra zich een omstandigheid voordoet die meebrengt dat iemand niet langer als verdachte kan worden aangemerkt, de volgende gegevens worden vernietigd:

  • gemaakte foto’s;
  • de verwijzing naar afgenomen vingerafdrukken in de databank;
  • de verwijzing naar een eventueel bepaald DNA-profiel in de databank;]
  • een eventueel gemaakte kopie van een identiteitsbewijs;

In het derde lid van artikel 5 is bepaald dat van zo’n omstandigheid in ieder geval sprake is in de volgende gevallen:

  • een beslissing tot niet-vervolging (sepot);
  • een kennisgeving van niet verdere vervolging;
  • een onvoorwaardelijke buitenvervolgingstelling;
  • een rechterlijke verklaring dat de zaak geëindigd is;
  • een onherroepelijke (definitieve) vrijspraak;
  • een onherroepelijk (definitief) ontslag van rechtsvervolging waarbij niet een bijzondere maatregel is opgelegd zoals (voorwaardelijke) TBS, opname in een psychiatrisch ziekenhuis, de ISD maatregel of de PIJ maatregel.

In bovengenoemde gevallen is justitie dus verplicht om de eerder genoemde gegevens te vernietigen. Op deze hoofdregel zijn weer twee uitzonderingen:

  • degene die het betreft is in een andere strafzaak als verdachte aangemerkt of veroordeeld. Bijvoorbeeld: als u wordt vrijgesproken voor zaak A, maar u bent inmiddels verdachte in zaak B, dan zullen uw vingerafdrukken en uw foto’s die in zaak A zijn (af)genomen niet worden vernietigd;
  • het gaat om een feit waarvoor later door de Hoge Raad een herziening ten nadele kan worden uitgesproken (artikel 5 lid 5 Besluit identiteitsvaststelling verdachten en veroordeelden jo. artikel 482a lid 1 sub a Wetboek van Strafvordering). Dit betreffen – kort gezegd – opzettelijke delicten waarbij iemand om leven is gekomen. In dit geval worden de gegevens dus niet vernietigd. Wel zijn er beperkingen gesteld aan het gebruik ervan.

Het vernietigen van de gegevens gaat in theorie automatisch: het openbaar ministerie geeft de beslissing door aan de justitiële documentatiedienst. Deze geeft de beslissing – voor zover nodig – vervolgens door aan de politie met de opdracht om de gegevens uit de systemen te verwijderen. Indien mogelijk verwijdert de dienst de gegevens zelf.

Of dit in de praktijk altijd goed gaat is natuurlijk de vraag. Mocht er twijfel zijn, dan biedt artikel 35 en 36 van de Wet bescherming persoonsgegevens het recht op kennisneming van verwerkte persoonsgegevens. Hierdoor wordt iemand in staat gesteld om bij de politie na te vragen of er nog foto’s of vingerafdrukken van hem of haar zijn opgeslagen in de systemen van de politie.

Hoe lang worden de gegevens bewaard als de zaak wél heeft geleid tot een veroordeling of een straf?

Voor wat betreft de bewaartermijnen wordt aangesloten bij de termijnen die gelden voor het bewaren van een DNA-profiel en voor gegevens op de justitiële documentatie (strafblad).

De hoofdregel is dat wanneer de foto’s of vingerafdrukken zijn (af)genomen voor misdrijven waarvoor naar de wettelijke omschrijving minder dan 6 jaar gevangenisstraf kan worden opgelegd, de gegevens 20 jaar bewaard worden. Gaat het om feiten met een strafmaximum van minimaal 6 jaar, dan is dit 30 jaar.  Deze termijnen worden onder bepaalde omstandigheden verdubbeld of verlengd. Voor zedendelicten geldt een termijn van 80 jaar.

Zijn de vingerafdrukken en/of foto’s (af)genomen voor een overtreding, dan worden ze minder lang bewaard: als er een taakstraf of hechtenis is opgelegd is het 10 jaar. In andere gevallen is het 5 jaar.

De gegevens worden daarnaast, zowel bij misdrijven als bij overtredingen, verwijderd als het recht tot vervolging is verjaard.

Ook voor de bewaartermijn is een uitzondering gemaakt voor zaken waarvoor nog een herziening ten nadele kan worden uitgesproken. Hiervoor geldt dat de gegevens nog 12 jaar worden bewaard als het gaat om een feit waarvoor minder dan 6 jaar gevangenisstraf kan worden opgelegd en 20 jaar voor feiten met een wettelijk strafmaximum van 6 jaar of meer. Voor feiten die niet kunnen verjaren worden de vingerafdrukken en foto’s nog 80 jaar lang bewaard. Zodra de betrokkene is overleden worden de gegevens direct vernietigd (artikel 7a). Voor mensen die ten tijde van het feit minderjarig waren gelden weer kortere termijnen.

Het gaat hier om redelijk complexe regelgeving met een aantal hoofdregels waarop weer diverse uitzonderingen zijn. Het exacte antwoord op de vraag wat er met uw vingerafdrukken en foto’s is gebeurd of had moeten gebeuren is afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het geval.

Neem bij twijfel contact op met het kantoor, wij zoeken het graag voor u uit.

Relevante artikelen:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *