DNA afstaan - Van Breukelen Advocatuur
J. van Breukelen Geen reacties

Soms wordt er in een strafrechtelijk onderzoek (al dan niet vrijwillig) DNA afgenomen van een verdachte. In sommige gevallen wordt deze verdachte dan later vrijgesproken of wordt zijn of haar zaak geseponeerd. Wat gebeurt er dan met het DNA materiaal en het DNA-profiel dat daarvan is opgemaakt? Wat zijn de regels over vernietiging van DNA materiaal?

Waar staan de regels?

Deze vragen worden beantwoord in het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken.

Om te  beginnen is in dit besluit de exacte procedure neergelegd voor de afname van DNA-materiaal. Zo is precies vastgelegd hoe het materiaal kan worden afgenomen, wie dat mag doen en welke informatie moet worden verschaft aan de persoon wiens DNA materiaal wordt afgenomen (artikel 2 t/m 5).

Daarnaast is vastgelegd welk laboratorium het DNA-onderzoek mag verrichten en wat er door dit laboratorium allemaal moet worden vastgelegd (artikel 6 t/m 12).

In artikel 14 van het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken is neergelegd dat er bij het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) een database is waarin DNA-profielen worden bewaard. Deze databank heeft tot doel het voorkomen, vervolgen en berechten van strafbare feiten te bevorderen. In dit artikel staat ook wie in de databank moeten worden opgenomen.

Artikel 15 geeft regels over de verstrekking van informatie uit de database: wanneer mag informatie worden gegeven en aan wie?

Wat zijn de regels voor het vernietigen van DNA?

Artikel 16 en 17 geven antwoord op onze vraag: zodra zich een omstandigheid voordoet die meebrengt dat degene wiens DNA-profiel in de DNA-databank is vastgelegd niet langer kan worden aangemerkt als verdachte of veroordeelde van een feit waarvoor DNA kan worden afgenomen, dan moet de Justitiële Informatiedienst het NFI daarvan in kennis stellen. Dat doet zich voor in de volgende gevallen:

  • een kennisgeving van niet verdere vervolging (sepot);
  • een onherroepelijke buitenvervolgingstelling;
  • een rechterlijke verklaring dat de zaak geëindigd is;
  • een onherroepelijk ontslag van alle rechtsvervolging, waarbij geen maatregel is opgelegd zoals (voorwaardelijke) TBS, opname in een psychiatrisch ziekenhuis, de ISD maatregel of de PIJ maatregel (jeugd TBS);
  • een onherroepelijke vrijspraak;

Op deze regel is één uitzondering, en dat betreft een vrijspraak of een ontslag van rechtsvervolging van een feit waarvoor later eventueel door de Hoge Raad een herziening ten nadele kan worden uitgesproken (artikel 17 lid 2 Besluit DNA-onderzoek in strafzaken jo. artikel 482a lid 1 sub a Wetboek van Strafvordering). Dit betreffen – kort gezegd – opzettelijke delicten waarbij iemand om leven is gekomen.

Zodra het NFI deze kennisgeving van de Justitiële Informatiedienst heeft ontvangen, dient het DNA-profiel, het DNA-materiaal en een aantal bijbehorende gegevens direct te worden vernietigd. Het NFI moet deze vernietiging goed vastleggen: er moet bijgehouden wiens gegevens wanneer zijn vernietigd.

Hoe lang blijft een DNA-profiel bewaard?

Tot slot geven artikel 18 t/m 18b regels over de bewaartermijnen. Hoe lang wordt een DNA-profiel in de DNA-databank bewaard? De hoofdregel is 20 jaar als het materiaal is afgenomen voor feiten waarvoor naar de wettelijke omschrijving minder dan 6 jaar gevangenisstraf kan worden opgelegd en 30 jaar voor feiten met een strafmaximum van minimaal 6 jaar. Deze termijnen worden onder bepaalde omstandigheden verdubbeld of verlengd. Voor zedendelicten geldt een termijn van 80 jaar.

Ten aanzien van personen die zijn vrijgesproken voor een delict waarvoor nog herziening ten nadele kan worden uitgesproken, geldt dat deze profielen nog 12 jaar worden bewaard als het gaat om een feit waarvoor minder dan 6 jaar gevangenisstraf kan worden opgelegd en 20 jaar voor feiten met een wettelijk strafmaximum van 6 jaar of meer. Voor feiten die niet kunnen verjaren wordt het profiel nog 80 jaar lang bewaard. Zodra de betrokkene is overleden wordt het DNA-profiel direct vernietigd.

Conclusie

Het antwoord op onze vraag luidt in beginsel dus bevestigend: afgenomen DNA-materiaal en het daaruit verkregen profiel moeten worden vernietigd na een onherroepelijke vrijspraak. Alleen als iemand is vrijgesproken voor een feit waarvoor nog herziening ten nadele kan worden uitgesproken, mag het materiaal en het profiel nog bewaard worden.

Het systeem van het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken brengt met zich mee dat alles automatisch gaat. Zodra iemand is vrijgesproken wordt dit vastgelegd in de justitiële documentatie. De justitiële informatiedienst geeft dit weer door aan het NFI. Het NFI draagt uiteindelijk zorg voor vernietiging van het materiaal en het profiel.

Vanzelfsprekend is dit de theorie. Of het in de praktijk ook altijd goed zal lopen valt nog te bezien. Bij twijfel bestaat voor een betrokkene op grond van artikel 35 en 36 van de Wet bescherming persoonsgegevens een recht op kennisneming van verwerkte persoonsgegevens. Hierdoor wordt iemand in staat gesteld te vernemen of zijn of haar DNA-profiel in de DNA-databank is vastgelegd en of zijn of haar celmateriaal bij het NFI is opgeslagen. Indien mocht blijken dat het profiel en het materieel ten onrechte niet zijn vernietigd, dan kan er een verzoek worden gedaan aan het ministerie van justitie en veiligheid om dit alsnog te laten doen. Ook het verzoek tot kennisneming zelf kan overigens het beste worden gedaan aan het ministerie aangezien het NFI niet zelf gegevens mag verstrekken aan de betrokkene en het ministerie volgens het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken verantwoordelijk is voor de databank.

Andere relevante artikelen:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *