Verjaring in het strafrecht - Van Breukelen Advocatuur
J. van Breukelen 4 reacties

Wanneer is een bepaald misdrijf precies verjaard? En tot wanneer mag het Openbaar Ministerie opgelegde straffen ten uitvoer leggen? Kortom: wat zijn de regels over verjaring in het strafrecht.

Waar staan de regels?

De Officier van Justitie is in de meeste gevallen gebonden aan een verjaringstermijn voor het instellen van een vervolging. Deze regels zijn neergelegd in de artikelen 70 t/m 73 van het Wetboek van Strafrecht.

Daarnaast is de Officier van Justitie gebonden aan een verjaringstermijn voor het ten uitvoer kunnen leggen van een opgelegde straf. Deze regels zijn neergelegd in de artikelen 76 en 76a van het Wetboek van Strafrecht.

Wat is de verjaringstermijn voor een vervolging?

Als er een strafbaar feit is gepleegd, mag het Openbaar Ministerie binnen een bepaalde termijn overgaan tot vervolging van een verachte. Wacht men te lang, dan is de overtreding of het misdrijf verjaard.

In artikel 70 Wetboek van Strafrecht staan de verjaringstermijnen:

  • 3 jaar voor overtredingen;
  • 6 jaar voor misdrijven waarop maximaal 3 jaar gevangenisstraf staat (lichte misdrijven);
  • 12 jaar voor misdrijven waarop een maximale gevangenisstraf van tussen de 3 en 8 jaar is gesteld;
  • 20 jaar voor misdrijven waarop een maximale gevangenisstraf van 8 jaar of meer staat;
  • geen verjaring voor misdrijven waarop een maximale gevangenisstraf staat van 12 jaar of meer en voor bepaalde zedenmisdrijven met minderjarigen.

De verjaringstermijn hangt dus er af van het soort feit. Voor overtredingen geldt een relatief korte termijn, voor misdrijven varieert het van 6 jaar tot geen verjaringstermijn, afhankelijk van het wettelijk strafmaximum. De maximale straf voor een bepaald delict is beschreven in de wet waar dat delict strafbaar is gesteld. Hetzelfde geldt voor de vraag of iets een misdrijf is of een overtreding. Een winkeldiefstal is bijvoorbeeld een misdrijf waar maximaal 4 jaar gevangenisstraf op staat. De verjaringstermijn is in dat geval dus 12 jaar.

Wat is de verjaringstermijn voor opgelegde straffen?

Wanneer er eenmaal een straf is opgelegd gaat er een andere verjaringstermijn lopen. Het Openbaar Ministerie heeft namelijk een bepaalde tijd om de straf ook daadwerkelijk ten uitvoer te leggen. Dat betekent dus dat men een bepaalde tijd heeft om een geldboete te innen of om iemand in de gevangenis op te sluiten.

Deze termijn is geregeld in artikel 76 van het Wetboek van Strafrecht. De regel is simpel: het is dezelfde termijn als in artikel 70, maar dan een derde er bij opgeteld. Dat betekent dus dat de Officier van Justitie 4 jaar de tijd heeft om een geldboete voor een overtreding te innen. Immers: de verjaringstermijn voor vervolging is 3 jaar. Een derde daarvan is 1 jaar. In totaal is de executietermijn dus 4 jaar.

Wanneer begint de verjaringstermijn te lopen?

De hoofdregel is dat de termijn voor verjaring van vervolging begint op de dag ná de dag waarop het feit werd gepleegd (artikel 71 Wetboek van Strafrecht). Er zijn echter een aantal uitzonderingen op deze hoofdregel:

  • Bij de misdrijven van artikel 173 lid 1 & 173b Sr. (vervuilen drinkwater en bodem) begint de termijn pas te lopen nadat een opsporingsambtenaar op de hoogte is geraakt van dit misdrijf;
  • Bij valsheid (bijvoorbeeld valsheid in geschrifte) begint de termijn pas te lopen op de dag nadat gebruik is gemaakt van de vervalsing;
  • Voor een aantal bijzondere delicten tegen minderjarigen geldt dat de termijn pas gaat lopen nadat het slachtoffer meerderjarig is geworden;
  • Bij een aantal bijzondere misdrijven die betrekking hebben op vrijheidsberoving gaat de termijn pas lopen nadat het slachtoffer bevrijd is.
  • Bij een aantal ambtsovertredingen gaat de termijn pas lopen wanneer de stukken waaruit de overtreding kan blijken zijn overgebracht naar de bewaarplaats die de wet voorschrijft. Het gaat dan bijvoorbeeld om een ambtenaar die nalaat een huwelijk in te schrijven in het huwelijksregister.

De termijn voor tenuitvoerlegging van een straf begint te lopen op de dag nadat de straf onherroepelijk (definitief) is geworden. Dat is dus dag ná de laatste dag waarop nog een rechtsmiddel zoals hoger beroep of cassatie kon worden ingesteld.

Wanneer loopt de termijn niet?

Op het moment dat er een vervolging wordt ingesteld, stuit dat de verjaring (artikel 72 Sr.). Dit betekent dat de verjaringstermijn op dat moment opnieuw begint te lopen. Er is echter wel een maximumtermijn. Voor overtredingen is dat 10 jaar. Voor misdrijven is dat 2 maal de oorspronkelijke verjaringstermijn.

Daarnaast kan de verjaringstermijn ook tijdelijk stil komen te liggen. Dat doet zich voor wanneer de Nederlandse vervolging wordt geschorst vanwege een prejudicieel geschil (artikel 73 Sr.).

De verjaringstermijn voor de executie van een straf kan om vele redenen stil komen te liggen of opnieuw beginnen. Het belangrijkste voorbeeld is natuurlijk de veroordeelde die uit de gevangenis is ontsnapt. Op de dag na de ontsnapping vangt een nieuwe verjaringstermijn aan. Ook loopt de termijn niet op het moment dat iemand vast zit voor een ander strafbaar feit of wanneer de tenuitvoerlegging van de straf tijdelijk is geschorst. Daarnaast gelden er afwijkende regels voor mensen die een betalingsregeling zijn overeengekomen voor een geldboete. Tot slot loopt de termijn niet vanaf het moment dat de tenuitvoerlegging van een straf is overgedragen aan een ander land.

Hoe zit het met verjaring in het jeugdstrafrecht?

Indien het jeugdstrafrecht van toepassing is gelden er andere verjaringstermijnen voor de vervolging. De hoofdregel is dat de verjaringstermijn de helft is van de normale termijn (artikel 77d lid 1 Sr.). Deze uitzondering geldt echter niet voor een aantal in artikel 77d lid 2 Sr. genoemde (zeden)misdrijven indien de verdachte reeds 16 jaar was ten tijde van het feit. Voor die feiten geldt de reguliere termijn. Hieronder vallen onder meer mensenhandel en het bezit van kinderporno.

Voor de meest zware misdrijven geldt er in het jeugdstrafrecht een verjaringstermijn van 20 jaar. Dit zijn feiten waarop meer dan 12 jaar gevangenisstraf staat. Daarnaast geldt deze termijn voor een aantal zedenmisdrijven, waaronder aanranding. Dit zijn min of meer de feiten die in het reguliere strafrecht niet verjaren. Die feiten verjaren in het jeugdstrafrecht dus wél.

Voor wat betreft de verjaring van het recht om de straf ten uitvoer te leggen zijn er in het jeugdstrafrecht geen verschillen.

Vragen over verjaring in het strafrecht?

Wilt u weten wat de verjaringstermijn is in uw specifieke geval? Of hebt u een andere vraag over dit onderwerp? Neem dan vrijblijvend contact op met het kantoor.

Misschien ook interessant:

— 4 Comments —

  1. Om deze vraag te beantwoorden moet ik weten voor welk feit u bent veroordeeld. De verjaringstermijn voor tenuitvoerlegging van de straf is de normale verjaringstermijn plus 1/3 daarvan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *