rechter met hamer: te laat hoger beroep ingesteld
J. van Breukelen Geen reacties

Het komt helaas regelmatig voor dat iemand te laat hoger beroep heeft ingesteld tegen een strafrechtelijke veroordeling. Dat betekent in de meeste gevallen dat de straf definitief is. Het hoger beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld. Er zijn echter een aantal uitzonderingen op deze regel.

Hoeveel tijd is er voor hoger beroep?

In een strafzaak geldt in de meeste gevallen een hoger beroepstermijn van 14 dagen. Deze termijn begint te lopen op de dag van de uitspraak, tenzij iemand niet op de hoogte kon zijn van de datum van de zitting. In dat laatste geval gaat de termijn pas lopen op de dag dat de veroordeelde op de hoogte raakt van de uitspraak. Als iemand dus bijvoorbeeld op dinsdag 2 maart is veroordeeld of op de hoogte is geraakt van de veroordeling, dan is de 14de dag (dinsdag 16 maart) de laatste dag waarop hoger beroep kan worden ingesteld.

Wat zijn de gevolgen als er te laat hoger beroep wordt ingediend?

Als er binnen de termijn geen hoger beroep wordt ingesteld, dan zal de uitspraak onherroepelijk (definitief) worden. Dit betekent dat de opgelegde straf moet worden voldaan. Iemand moet dan dus naar de gevangenis, een boete betalen of een taakstraf uitvoeren. Als er een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf is opgelegd, dan gaat vanaf dat moment de proeftijd lopen. Als er bijzondere voorwaarden zijn opgelegd – zoals verplicht reclasseringstoezicht – dan is de veroordeelde vanaf dat moment verplicht om zich daaraan te houden. De rechter kan overigens bepalen dat de voorwaarden direct na de uitspraak gaan gelden (artikel 14e Wetboek van Strafrecht).

De Hoge Raad heeft meerdere keren bepaald dat de beroepstermijn ‘een termijn van openbare orde’ is. Dit betekent dat de rechter er zich strikt aan moet houden. Te laat is te laat, ook al is het maar één dag. De rechter die het hoger beroep behandelt zal de veroordeelde niet-ontvankelijk moeten verklaren in het hoger beroep. Het gerechtshof zal de zaak dan niet opnieuw inhoudelijk beoordelen.

Soms kan de veroordeelde er niets aan doen dat er te laat appèl is ingesteld. In die gevallen is er sprake van een zogenaamde verschoonbare termijnoverschrijding. Dit kan zich voordoen in de volgende uitzonderingsgevallen:

Uitzondering 1: te laat door een bijzondere psychische gesteldheid

De eerste uitzondering op de regel betreft het geval dat iemands psychische gesteldheid zodanig was, dat hem niet kan worden verweten dat hij te laat was met het hoger beroep. Dit heeft de Hoge Raad (onder meer) uitgemaakt in een uitspraak van 15 maart 2011:

“Overschrijding van de termijn voor hoger beroep door de verdachte, zoals in het onderhavige geval, betekent in de regel dat hij niet in dat hoger beroep kan worden ontvangen. Dit gevolg kan daaraan uitsluitend niet worden verbonden, indien sprake is van bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen omstandigheden welke de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doen zijn. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een zodanige psychische gesteldheid dat in verband daarmee het verzuim tijdig hoger beroep in te stellen niet aan de verdachte kan worden toegerekend.”

Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat iemand ernstig depressief was. Of dat hij net zijn kind had verloren en in de war was. Onder bepaalde omstandigheden zal de rechter dit verweer niet zomaar naast zich neer kunnen leggen.

Motivering verweer

Het is van belang dat de veroordeelde zijn verweer goed onderbouwt. Met alleen de mededeling ‘ik was een beetje in de war’ zal de rechter niet veel hoeven doen. Wanneer de veroordeelde echter uitdrukkelijk en gemotiveerd bepleit dat hem – wegens een tijdelijk psychisch disfunctioneren – geen verwijt treft, dan is de rechter verplicht om daar op te reageren. Het gerechtshof zal dan het volgende moeten onderzoeken:

  1. Was er inderdaad sprake van een bijzondere psychische gesteldheid?
  2. Zo ja, was deze gesteldheid zodanig dat de veroordeelde niet in staat was te beoordelen of er hoger beroep diende te worden ingesteld?
  3. Gedurende welke periode na het vonnis verkeerde de veroordeelde in deze gesteldheid?

Het spreekt voor zich dat het voor de veroordeelde verstandig is om het verweer goed te onderbouwen met bewijsstukken. Bijvoorbeeld een verklaring van een huisarts of een psycholoog. Maar ook zonder dergelijk bewijs is de rechter verplicht te reageren, zie bijvoorbeeld deze uitspraak van de Hoge Raad.

Hoe snel moet er alsnog beroep worden ingesteld?

Het is van groot belang om zo snel mogelijk hoger beroep in te stellen nadat de bijzondere psychische gesteldheid is geëindigd. De Hoge Raad zegt hier in de uitspraak van 15 maart 2011 het volgende over:

“Een termijnoverschrijding gedurende een zodanige periode zou de verdachte niet kunnen worden toegerekend. In dat geval is de verdachte ontvankelijk in het door hem ingestelde rechtsmiddel indien hij, nadat een verhindering als hiervoor bedoeld is opgeheven, alsnog zo spoedig mogelijk hoger beroep heeft ingesteld of doen instellen.”

Het is in de praktijk natuurlijk lastig om exact te bepalen wanneer een bepaalde psychische gesteldheid eindigt. Daarnaast zegt de Hoge Raad niet wat ‘zo spoedig mogelijk’ is. Het zal vermoedelijk afhangen van de feiten en omstandigheden van het geval. Het is voor een veroordeelde aan te raden om direct hoger beroep in te stellen nadat hij zich realiseert dat hij is veroordeeld. Het is niet verstandig om eerst uitgebreid juridisch advies in te winnen. Dat kan later nog wel. Mocht het zo zijn dat het hoger beroep kansloos is, dan kan het altijd weer worden ingetrokken.

Uitzondering 2: te laat door een onjuiste ambtelijke mededeling

De tweede uitzondering op de regel is het volgende. Soms heeft de veroordeelde van een ambtenaar informatie gekregen waardoor hij op verkeerde been is gezet. Een medewerker van de griffie heeft bijvoorbeeld gezegd dat de termijn voor hoger beroep nog niet liep. Ook kan iemand onjuiste informatie hebben gekregen over de hoogte van de straf. Het komt zelfs voor dat een verdachte ten onrechte te horen krijgt dat zijn zaak zal worden aangehouden.

In al die gevallen is er sprake van een gewekt gerechtvaardigd vertrouwen in de ambtelijke informatie. Als de veroordeelde hier een uitdrukkelijk en gemotiveerd beroep op doet, zal de rechter hier op moeten reageren. Het gerechtshof zal dan de volgende vragen moeten beantwoorden:

  1. Is er inderdaad een bepaalde mededeling gedaan aan de veroordeelde?
  2. Door wie is die mededeling gedaan en mocht de veroordeelde daarop vertrouwen?
  3. Is er na het ontdekken van de onjuistheid van de informatie alsnog zo spoedig mogelijk hoger beroep ingesteld?

Indien deze vragen bevestigend worden beantwoord zal het hoger beroep alsnog moeten worden behandeld. De overschrijding van de beroepstermijn is dan verontschuldigbaar.

Conclusie

De regel is: te laat is te laat. Daar zijn slechts twee uitzonderingen op. De eerste is dat de veroordeelde door zijn psychische gesteldheid niet kon beoordelen of hoger beroep nodig was. De tweede is dat de veroordeelde verkeerde informatie heeft gekregen waardoor hij dacht dat hij nog geen hoger beroep hoefde in te stellen. In beide gevallen is het verstandig om alsnog zo snel mogelijk hoger beroep in te stellen en het standpunt zo goed mogelijk te motiveren.

Wilt u hier meer over weten? Neem vrijblijvend contact op met het kantoor.

Misschien ook interessant:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *