J. van Breukelen Geen reacties

De rechtbank Gelderland heeft op 5 januari 2018 een interessante uitspraak gedaan over een naheffing motorrijtuigenbelasting (wegenbelasting).

De inspecteur van de belastingdienst had een naheffing van de motorrijtuigenbelasting gedaan omdat klager op 15 september 2016 met een auto met Frans kenteken had rondgereden in Nederland terwijl hij zijn vaste verblijfplaats had in Nederland. Daarnaast was er een boete van 100% van de hoogte van de aanslag opgelegd.

Dat er ook motorrijtuigenbelasting verschuldigd kan zijn voor auto’s die niet in Nederland zijn geregistreerd is niet nieuw. Dat blijkt gewoon uit de wet, namelijk artikel 7 lid 1 sub c van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 (Wet MRB). Hierin staat dat als houder wordt aangemerkt diegene die een in het buitenland geregistreerd voertuig in Nederland feitelijk ter beschikking heeft. Uit het derde lid van dit artikel blijkt dat de houder geacht wordt in Nederland zijn hoofdverblijfplaats te hebben indien hij in Nederland staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP).

Omdat de klager in deze zaak in Nederland stond ingeschreven stond niet zozeer ter discussie of meneer terecht als houder was aangemerkt. Volgens de rechtbank is daarvoor voldoende dat hij feitelijk in de auto reed ten tijde van de constatering én dat hij stond ingeschreven in een Nederlandse gemeente.

Waar het om ging is de duur van de periode waarover kon worden nageheven. Klager stond al sinds 2000 ingeschreven in de BRP, maar had pas sinds 26 januari 2016 een rijbewijs. Het Franse kenteken van de auto stond sinds 2014 op naam van zijn (kennelijk Franse) vriendin. Deze vriendin stond op 15 september 2016 (de dag van de constatering) ingeschreven op hetzelfde adres als klager en zij stond zelfs al langere tijd ingeschreven op hetzelfde adres, zelfs toen klager nog ergens anders woonde. Klager en zijn vriendin hebben samen een kind. Klager stelde zich echter op het standpunt dat zijn vriendin pas sinds 20 mei 2016 structureel bij hem verbleef en dat zij daarvoor de meeste tijd in Frankrijk verbleef. Dat zij eerder al stond ingeschreven in Nederland was omdat zij in Nederland een burgerservicenummer nodig had, aldus klager.

De belastingdienst had de motorrijtuigenbelasting oorspronkelijk nageheven vanaf 2014, het moment waarop de auto op naam van de vriendin was komen te staan. Nadat klager een bezwaarschrift had ingediend is nageheven vanaf 26 januari 2016, de dag waarop klager zijn rijbewijs had gekregen. Klager was in beroep gegaan omdat hij meende dat er pas vanaf 20 mei 2016 kon worden nageheven. Het ging in beroep om een naheffingsaanslag van € 791,00 en een boete voor hetzelfde bedrag.

De rechtbank begint met de constatering dat artikel 34 lid 2 jo. artikel 13 lid 2 Wet MRB bepaalt dat het tijdvak waarover kan worden nageheven begint op de dag waarop iemand is ingeschreven in de BRP. De duur van dit tijdvak is overigens gemaximaliseerd op 5 jaar volgens de rechtbank. In lid 3 van artikel 34 Wet MRB is bepaald dat er niet wordt nageheven over de periode dat de auto niet feitelijk ter beschikking stond aan de houder. Klager deed een beroep op deze bepaling.

De rechtbank stelt dat dit artikellid is geschreven voor een iets andere situatie, maar leidt uit de parlementaire geschiedenis af dat ook in dit geval tegenbewijs kan worden geleverd ten aanzien van de periode van het gebruik van de Nederlandse weg. Uitgangspunt is volgens de rechtbank echter dat de belastinginspecteur op basis van het tweede lid van artikel 34 kan bepalen dat het tijdvak van naheffing begint op de dag waarop de houder is ingeschreven in de BRP. Anders zou de inspecteur namelijk al snel in bewijsproblemen komen. Volgens de rechtbank is dit niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel omdat ten aanzien van Nederlandse voertuigen immers makkelijk kan worden vastgesteld vanaf welk moment deze op de weg zijn gekomen. Ook is er volgens de rechtbank geen sprake van strijd met het communautaire evenredigheidsbeginsel. Dit volgt uit een arrest van de Hoge Raad van 2 maart 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BP3858). In deze uitspraak heeft de Hoge Raad – kort gezegd – bepaald dat heffing van motorrijtuigenbelasting voor het gebruik van een buitenlandse auto op de Nederlandse weg niet beschouwd kan worden als een disproportionele heffing die in strijd is met het Unierecht.

De rechtbank komt uiteindelijk tot de conclusie dat de inspecteur terecht is uitgegaan van een startdatum van 26 januari 2016 voor het gebruik van de Nederlandse weg. Klager had onvoldoende aangetoond dat hij pas later gebruik is gaan maken van de betreffende auto. Het standpunt dat zijn vriendin pas vanaf mei 2016 bij hem woonde is onvoldoende. De bewijslast en het bewijsrisico daarvoor liggen bij klager.

Ten aanzien van de opgelegde boetebeschikking ligt dit volgens de rechtbank echter anders. Aangezien het bij een fiscale boete gaat om een ‘criminal charge’ in de zin van artikel 6 EVRM, acht de rechtbank de fictie van het gebruik van de weg minder bruikbaar bij de beoordeling of de boete passend en geboden is. Het standpunt van klager dat de auto hem pas vanaf 20 mei 2016 feitelijk ter beschikking stond is weliswaar onvoldoende voor vermindering van de naheffingsaanslag, maar niet voor vermindering van de boete. De bewijslast ligt daar namelijk anders. Het is aan de inspecteur om de feiten te stellen die maken dat de boete passend en geboden is. De inschrijving in de BRP van de vriendin van klager vóór 20 mei 2016 is weliswaar relevant, maar – voor het opleggen van een fiscale boete – onvoldoende om aannemelijk te maken dat klager voor die datum gebruik heeft gemaakt van de Nederlandse weg met de betreffende auto.

De boete werd uiteindelijk verminderd tot € 395,00 en de inspecteur werd veroordeeld in de kosten van het geding.

Staat u in Nederland ingeschreven en maakt u gebruik van een auto met buitenlands kenteken? Vergeet dan niet aangifte te doen voor de motorrijtuigenbelasting. Op de website van de belastingdienst kunt een formulier downloaden waarmee u deze aangifte kunt doen.

Meer artikelen over fiscaal recht:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *