Herzien CBR besluit na vrijspraak in strafzaak
J. van Breukelen Geen reacties

Wanneer u volgens de politie hebt gereden onder invloed van alcohol of drugs, kan het CBR u een onderzoek of een cursus opleggen. Wat gebeurt er als u later in de strafzaak wordt vrijgesproken? Kunt u dan vragen om herziening van het CBR na besluit naar aanleiding van de vrijspraak? En kunt u de hoge kosten van het onderzoek of de cursus terugvorderen?

De wegenverkeerswet verplicht het CBR een onderzoek of een cursus op te leggen wanneer het vermoeden bestaat dat iemand heeft gereden onder invloed van alcohol of drugs. Dit heet de vorderingsprocedure. De kosten van zo’n cursus of onderzoek zijn vaak honderden en soms duizenden euro’s. De kosten zijn vaak al gemaakt nog voordat de strafzaak voorkomt en vóór dat de rechter iemand schuldig heeft verklaard.

Herziening CBR besluit na een vrijspraak en kostenverhaal

Wat als u later wordt vrijgesproken in de strafzaak? Kunt u de kosten dan terugvragen bij het CBR?

Het uitgangspunt is dat de maatregel van het CBR moet worden gebaseerd op een proces-verbaal van de politie waaruit een vermoeden van ongeschiktheid kan worden afgeleid. Een vrijspraak door de strafrechter laat zo’n vermoeden in principe onverlet. Dus: een vrijspraak betekent niet altijd dat het CBR de kosten van de maatregel moet terugbetalen.

Uitspraak Raad van State over herziening van een CBR besluit na vrijspraak

Op 4 mei 2021 heeft de Raad van State (de hoogste bestuursrechter) echter een interessante uitspraak gedaan. Hierin is met zoveel woorden bepaald dat wanneer de vrijspraak de inhoud van het proces-verbaal onderuit haalt óf een ander licht werpt op de feiten of omstandigheden waarop de maatregel is gebaseerd, dit een reden kan zijn om de maatregel te herzien.

Dit is volgens de Raad van State met name het geval wanneer uit de uitspraak blijkt dat de rechter twijfelde of de verdachte wel de bestuurder was. Het moet dus niet gaan om een vrijspraak wegens een vormfout zoals een fout in het adem- of bloedonderzoek. De vrijspraak moet zijn gedaan omdat de rechter niet zeker wist of de verdachte wel had gereden onder invloed.

Dit moet overigens wel ergens uit blijken. Alleen een afschrift van de aantekening mondeling vonnis is onvoldoende. Het moet gaan om een uitgewerkt vonnis of proces-verbaal van de zitting waarin gemotiveerd is aangeven waarom de rechter de verdachte heeft vrijgesproken.

Is zoiets aanwezig? Dan kan er een verzoek worden gedaan tot herziening bij het CBR zelf. Indien de herziening geweigerd wordt, dan is dit een besluit in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht. Tegen deze weigering staat dus bezwaar open en daarna eventueel beroep bij de rechtbank en hoger beroep bij de Raad van State.

Een recent voorbeeld waarin dit speelde is een uitspraak van de Rechtbank Overijssel van 26 november 2021. Ook hier was de verdachte vrijgesproken en had hij een verzoek om herziening gedaan bij het CBR. Het CBR wees dit verzoek af en het bezwaar daartegen werd ongegrond verklaard. De rechtbank was echter van oordeel dat de vrijspraak had moeten leiden tot een herziening.

Vragen?

Bent u vrijgesproken in uw strafzaak en wenst u herziening van het eerder opgelegde CBR onderzoek? Neem dan vrijblijvend contact op.

Misschien ook interessant:

Dit artikel werd bijgewerkt op 9 september 2022

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.