vordering benadeelde partij
J. van Breukelen Geen reacties

Slachtoffers kunnen hun schade verhalen op de verdachte die een strafbaar feit heeft gepleegd. Denk aan een persoon die is mishandeld en daardoor veel ziektekosten heeft moeten maken. Het verhalen van schade gebeurt door het indienen van een vordering benadeelde partij. Wat dat is en hoe de rechter daarover beslist, lees je in dit overzichtsartikel.

Waar staan de regels?

De artikelen 51a t/m 51h van het Wetboek van Strafvordering geven aan wie slachtoffer is en wat zijn rechten zijn. In artikel 361 van het Wetboek van Strafvordering en in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt de schadevergoedingsmaatregel benoemd. Daarnaast is er een Aanwijzing slachtofferrechten waarin het beleid van het Openbaar Ministerie over slachtofferrechten staat. Ook heeft de Rechtspraak een handleiding ‘Slachtoffer en de rechtspraak‘ uitgebracht.

Wat is een vordering benadeelde partij?

Een vordering benadeelde partij is een civiele vordering tot schadevergoeding. Een slachtoffer kan zijn schade binnen het strafproces verhalen op de verdachte. Hiervoor hoeft een slachtoffer niet speciaal een civiele procedure tegen de verdachte beginnen. Dat is voor slachtoffers minder belastend, omdat een strafzaak een lange tijd kan duren. Voor de verdachte kan dit ook fijn zijn, omdat hij dan maar een rechtszaak heeft: de strafzaak.

Welke slachtoffers kunnen een vordering benadeelde partij indienen?

In artikel 51a van het Wetboek van Strafvordering staat dat iemand een slachtoffer is als hij of zij rechtstreekse schade heeft geleden door een strafbaar feit. Het slachtoffer hoeft niet altijd een particulier zijn. Ook ondernemers kunnen schade lijden door bijvoorbeeld een diefstal.

Daarnaast zijn ook nabestaanden slachtoffer als het feitelijk slachtoffer is overleden. Denk aan iemand die is overleden nadat hij is beschoten. Nabestaanden zijn bijvoorbeeld de partner, kinderen of broer en zus van het slachtoffer. Nabestaanden kunnen in plaats van het slachtoffer een vordering benadeelde partij indienen.

Wanneer kan een slachtoffer een vordering benadeelde partij indienen?

Rechtstreekse schade

Volgens artikel 51a van het Wetboek van Strafvordering is iemand slachtoffer als hij of zij rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit. Dat is bijvoorbeeld het geval als een slachtoffer wordt geslagen op het gezicht en daardoor tanden afbreken. De kosten voor de reparatie van de tanden is dan schade. Die schade kan worden verhaald op de verdachte.

Degene die rechtstreeks schade heeft geleden kan op grond van artikel 51f van het Wetboek van Strafvordering een schadevergoedingsverzoek indienen. Dit verzoek heet de vordering benadeelde partij. Degene die het verzoek indient, hoeft niet altijd het feitelijke slachtoffer te zijn. Denk bijvoorbeeld aan een iemand die op de fiets van zijn beste vriend wordt aangereden door een auto. Het slachtoffer heeft schade aan zijn lichaam en dus letsel. De beste vriend, kan om een schadevergoeding voor zijn kapotte fiets verzoeken.

In het overzichtsarrest van de Hoge Raad staat hoe de rechter moet oordelen over rechtstreekse schade. Hiervoor moet de rechter kijken naar alle concrete omstandigheden van het geval. Een voorbeeld is: een slachtoffer die schade van een kapotte fiets vordert, omdat zij die had laten vallen toen de verdachte haar mishandelde.

Duidelijke vordering en niet-onevenredige belasting strafgeding

Naast de eis dat schade rechtstreeks door het strafbare feit moet zijn ontstaan, is er nog een voorwaarde. De vordering benadeelde partij mag geen onevenredig belasting voor het strafgeding opleveren. Kort gezegd betekent dat, dat de vordering niet te complex zijn. De vordering is namelijk een civiele procedure in het strafrecht. Dat betekent dat een groot deel van de regels van het civiele recht (burgerlijke recht) van toepassing zijn. Strafrechters hebben veel kennis van het strafrecht, maar weten niet altijd alles van het civiele recht. Als de vordering te complex is, moet de rechter veel uitzoekwerk doen. Daardoor heeft hij minder tijd voor het strafrechtelijke onderzoek.

Als de rechter vindt dat de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, moet hij het slachtoffer op grond van artikel 361 lid 3 van het Wetboek van Strafvordering verwijzen naar de civiele rechter. Die kan dan de vordering onder de loep nemen. De vordering wordt dan niet-ontvankelijk verklaard en wordt niet inhoudelijk behandeld door de strafrechter.

Samengevat kan een slachtoffer een vordering benadeelde partij indienen als:

  • de schade rechtstreeks door het strafbare feit is ontstaan;
  • de vordering voldoende en duidelijk onderbouwd is; en
  • de vordering niet te complex is (geen onevenredige belasting).

Welke schade kan een slachtoffer opnemen in de vordering benadeelde partij?

Een slachtoffer kan verschillende soorten schade opnemen in de vordering benadeelde partij. Hieronder volgt een opsomming van de soorten schade die staan beschreven in boek 6 van het Burgerlijk Wetboek. Ook wordt er opgenomen hoe de rechter volgens de Hoge Raad uit dit overzichtsarrest moet oordelen over deze soorten schade.

Vermogensschade

Vermogensschade is materiële schade die uit te drukken is in geld. Ook kosten die zijn gemaakt ter voorkoming van schade is vermogensschade. Denk ook aan kosten om de schade vast te stellen of kosten om zonder rechtszaak uw schade te laten vergoeden.

Daarnaast kan letselschade of overlijdensschade worden gevorderd. Letselschade ontstaat bijvoorbeeld als iemand door een mishandeling zijn arm breekt en daarvoor in het gips moet. De kosten van ziekenhuis zijn dan letselschade. Overlijdensschade ontstaat bijvoorbeeld als iemand door een mishandeling om het leven komt en begraven wordt. De kosten van de begrafenis zijn dan overlijdensschade. Als een ouder of partner deze kosten maakt voor het slachtoffer kan diegene de schade vorderen. Dit wordt verplaatste schade genoemd.

Om de schade bij beschadiging of verlies van een zaak te berekenen, kan een rechter de waarde in het economisch verkeer gebruiken. Bij beschadiging van een zaak moet de rechter naar de herstelkosten kijken. Is herstel niet meer mogelijk of is de zaak kwijt, dan kijkt de rechter naar de volle waarde van de zaak. Als het bedrag aan schade niet precies kan worden vastgesteld, dan mag de rechter de schade schatten.

Immateriële schade

Immateriële schade wordt ook wel ander nadeel genoemd. Deze schade ontstaat door verdriet, smart of geestelijk gemis. Deze schade is niet direct in geld uit te drukken. De vergoeding van immateriële schade voor slachtoffers heet smartengeld.

Smartengeld kan in drie gevallen worden toegekend. Ten eerste wordt smartengeld toegekend als de verdachte expres schade wilde toebrengen. Denk aan een wraakactie waarbij de verdachte expres het slachtoffer bang wilde maken. Ten tweede kan smartengeld worden toegekend bij onder andere lichamelijk letsel. Denk aan een slachtoffer die is aangereden en daardoor verlamd raakt. De emotionele pijn van het krijgen van een ander soort leven wordt dan vergoed. Ten derde kan smartengeld worden toegekend als de naam van een overleden persoon wordt aangetast. Denk aan een verdachte die over een overleden persoon zegt dat hij een pedofiel was, terwijl dat niet waar is. De nabestaanden kunnen daar veel last van hebben.

De rechter moet bij zijn oordeel alle feiten en omstandigheden meenemen. Hij kijkt naar de soort schade, de ernst daarvan, de te verwachten hersteltijd e.d. Ook kan hij kijken naar wat andere rechters in ongeveer dezelfde zaken hebben geoordeeld.

Shockschade

Shockschade is schade die ontstaat door een traumatische gebeurtenis. Denk aan een moeder die ziet dat haar kind wordt overreden door een vrachtwagen. Door het geestelijke letsel moet wel een erkend ziektebeeld ontstaan (bijv. PTSS). Een psycholoog moet dit onderzoeken. Als er geen ziekte kan worden vastgesteld is er alleen sprake van ‘gewone’ immateriële schade of affectieschade.

Affectieschade

Affectieschade is schade die ontstaat doordat een slachtoffer letsel oploopt of overlijdt. Denk aan het hiervoor genoemde voorbeeld van moeder en kind. Er moet een affectieve band zijn tussen het slachtoffer en degene die de schade oploopt.

Proceskosten

Een slachtoffer maakt natuurlijk ook proceskosten. Denk aan het rijden naar het politiebureau voor de aangifte of de kosten voor een advocaat (rechtsbijstand). Het slachtoffer kan deze kosten ook opnemen in de vordering benadeelde partij. De rechter moet op grond van artikel 532 van het Wetboek van Strafvordering over die kosten beslissen.

De advocaatkosten zijn geen schade die rechtstreeks uit het strafbare feit komen. Als het slachtoffer de advocaatkosten niet onder proceskosten noemt, dan wordt de vordering voor dat deel niet-ontvankelijk verklaard. Voor deze kosten kan geen schadevergoedingsmaatregel worden opgelegd.

Wettelijke rente

Ook kan een slachtoffer de wettelijke rente over het bedrag aan schade vorderen. Volgens artikel 6:83 van het Burgerlijk Wetboek begint de wettelijke rente te lopen vanaf het moment na het strafbare feit. Dat moet het slachtoffer wel duidelijk benoemen in de vordering benadeelde partij. De rechter kan dit niet uit zichzelf (ambtshalve) opleggen. Dat is dus anders dan bij de schadevergoedingsmaatregel uit artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht. Daarbij kan de rechter dat wel.

Schadevergoedingsmaatregel

De schadevergoedingsmaatregel staat in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht. Het slachtoffer kan hierom vragen in de vordering, maar de rechter kan dit ook zelf opleggen. De maatregel houdt kort gezegd in dat de Staat het schadevergoedingsbedrag bij de verdachte int. Het slachtoffer hoeft dus niet zelf bij de verdachte aan te kloppen voor de schadevergoeding. Als de verdachte na acht maanden nog niets heeft betaald, kan de Staat de vergoeding voorschieten. De verdachte heeft dan een schuld bij de Staat.

De rechter moet wel oordelen of de verdachte ook volgens het civiele recht aansprakelijk is voor de schade. In het civiele recht gelden, zoals eerder gezegd, andere regels. Verder speelt de draagkracht, dus de hoeveelheid geld die de verdachte heeft, niet mee. Hier hoeft de rechter dus geen rekening mee te houden als hij de maatregel wil opleggen.

Ook moet de rechter bepalen hoe lang een verdachte vast moet zitten als hij de schadevergoeding niet betaald. Eerst werd dit vervangende hechtenis genoemd, maar dit is veranderd door de Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen. Nu wordt in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht en in artikel 6:4:2 van het Wetboek van Strafvordering gesproken over gijzeling.

Wat kan de rechter beslissen op een vordering benadeelde partij?

Het Openbaar Ministerie stuurt op grond van artikel 51g van het Wetboek van Strafvordering een schadevergoedingsformulier naar het slachtoffer. Deze wordt behandeld tijdens de strafzaak. Het kan ook voorkomen dat een slachtoffer op de zitting pas een vordering tot schadevergoeding indient. Dat gebeurt in de praktijk alleen bij eenvoudigere delicten.

Niet-ontvankelijkheid

Zoals hiervoor is aangegeven kan een rechter een vordering benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren als er geen rechtstreekse schade is. De schade is bijvoorbeeld door iets anders ontstaan. Ook moet er uiteindelijk een straf, maatregel of artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht worden opgelegd. Bij de laatste uitspraak krijgt iemand wel de schuld, maar geen straf. Dit heet een gerechtelijk pardon.

Als een verdachte wordt vrijgesproken, ontslagen van alle rechtsvervolging en er geen maatregel wordt opgelegd, wordt de vordering benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard. Ook als één van de voorvragen van artikel 349 van het Wetboek van Strafvordering negatief wordt beantwoord wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard. Dat is bijvoorbeeld het geval als de rechter onbevoegd is om over de zaak te oordelen, omdat de militaire rechter bevoegd is in plaats van de gewone strafrechter.

Ook als de rechter oordeelt dat een vordering een onevenredige belasting van de strafzaak oplevert, kan hij deze niet-ontvankelijk verklaren. De rechter mag hier niet te snel van uitgaan. Als een slachtoffer bijvoorbeeld shockschade vordert, is dat niet meteen een reden voor niet-ontvankelijkheid. Ook kan een rechter de vordering benadeelde partij direct niet-ontvankelijk verklaren op grond van artikel 333 van het Wetboek van Strafvordering. Dat kan bijvoorbeeld als de rechter ziet dat het slachtoffer de vordering niet heeft onderbouwd met bewijsstukken.

Afwijzing

Als de vordering benadeelde partij in eerste instantie wel ontvankelijk is, of wel voldoet aan de drie hiervoor genoemde eisen, zal de rechter de vordering inhoudelijk beoordelen. Daarbij kan de rechter de volgende vragen stellen. Is de schade wel ontstaan door het strafbare feit? Zijn er voldoende bewijsstukken toegevoegd zoals foto’s van de schade en bonnetjes? Is er sprake van eigen schuld van het slachtoffer?

Als een vordering onvoldoende onderbouwd is of als de schade al is betaald door de verdachte, kan de rechter de vordering afwijzen.

Toewijzing

Als een vordering vordering benadeelde partij wel duidelijk en voldoende onderbouwd is, kan de rechter de vordering toewijzen. Voert een verdachte verweer tegen de vordering, dan moet de rechter alle feiten en omstandigheden meewegen. Als de verdachte geen verweer voert tegen de vordering, zal de rechter deze moeten toewijzen. Daarbij kan de rechter de eerder genoemde schadevergoedingsmaatregel uit artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

Tot slot kan de rechter de vordering benadeelde partij ook gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaren, afwijzen of toewijzen. Dit heet splitsing. Zo kan de rechter toch over een bepaald deel oordelen. Het slachtoffer hoeft niet alles opnieuw aan de civiele rechter voor te leggen. Bij dit alles geldt dat de rechter zijn oordeel altijd goed moet motiveren. Hij moet zeggen waarom hij een voor een bepaald oordeel kiest.

Vragen?

Is uw vraag door deze informatie niet beantwoord of wilt u advies in uw zaak? Neem dan contact op met ons kantoor voor een vrijblijvend gesprek.

Ook interessant:

Dit artikel werd bijgewerkt op 24 januari 2021

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *