J. van Breukelen Geen reacties

Cliënten stellen vaak de vraag of ze door hun strafblad nog een verklaring van goed gedrag kunnen krijgen. Hoewel het antwoord op deze vraag altijd afhankelijk is van de omstandigheden van het geval, wordt in dit artikel een overzicht gegeven van de regels. De informatie in dit artikel is voor het laatst gecontroleerd in maart 2018.*

Regelgeving

Officieel gaat het om de Verklaring Omtrent het Gedrag, afgekort de: VOG. Indien een dergelijke verklaring wordt gewenst, dient deze te worden aangevraagd bij de gemeente. De aanvraag zal vervolgens worden beoordeeld door het Centraal Orgaan Verklaring Omtrent het Gedrag (COVOG) van de dienst Justis, gevestigd in Den Haag.

De relevante wetgeving is neergelegd in de artikelen 28 t/m 39 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. De toepassing van deze regels is verder uitgewerkt in enkele beleidsregels.

Met welke gegevens wordt rekening gehouden?

Bij de beoordeling van een aanvraag van een VOG wordt rekening gehouden met alle gegevens die op de justitiële documentatie (strafblad) staan. Daaronder zijn begrepen veroordelingen, maar ook schikkingen, openstaande zaken en sepots. Ook mag men politiegegevens raadplegen en kan men informatie inwinnen bij het Openbaar Ministerie en de reclassering. Alleen met vrijspraken mag geen rekening worden gehouden.

Hoe lang heb ik last van een strafblad?

Dit hangt af van de functie waarvoor de VOG wordt gevraagd en van het soort delict(en) op het strafblad.

Voor de meeste functies geldt een zogenaamde terugkijktermijn van 4 jaar. Dit betekent dat de VOG zal worden afgegeven als er in de 4 jaar vóór de aanvraag geen justitiële gegevens worden aangetroffen. Wordt er binnen de terugkijktermijn wél justitiële documentatie gevonden, dan kan direct verder worden teruggekeken in de tijd en mag alle documentatie in de beoordeling worden betrokken.

Daarbij is overigens van belang dat wordt gekeken naar de datum van de veroordeling, het sepot, de strafbeschikking of de schikking met het Openbaar Ministerie. Er wordt dus niet gekeken naar de datum waarop het feit is begaan, tenzij er geen andere gegevens beschikbaar zijn of wanneer er meer dan 2 jaar zit tussen de pleegdatum en de strafrechtelijke afdoening (zie hieronder).

Als u bijvoorbeeld op 5 januari 2016 een winkeldiefstal hebt begaan, maar daarvoor pas op 24 november 2017 bent veroordeeld, dan loopt de termijn van 4 jaar dus van 24 november 2017 tot en met 24 november 2021.

Dit is slechts anders als tussen de pleegdatum en de datum van veroordeling of de datum van de strafbeschikking of schikking meer dan 2 jaar zijn verstreken. In die gevallen wordt geteld vanaf de pleegdatum. Een uitzondering hierop vormen zedendelicten en fraudedelicten. Voor die zaken wordt niet gekeken naar de pleegdatum, maar naar de datum waarop de zaak is aangebracht en is ingeschreven in het justitiële documentatie systeem.

De terugkijktermijn is meer dan 4 jaar in de volgende gevallen:

  1. Het gaat om een functie met hoge integriteitseisen (zie hieronder);
  2. De aanvraag hangt samen met een bijzondere wet of regeling waarin een andere termijn is opgenomen of waarin de termijn samenhangt met de duur van een vergunning. Dit geldt bijvoorbeeld in de taxibranche (5 jaar), het beroepsgoederenvervoer (5 jaar) of voor het verkrijgen van een wapenvergunning (8 jaar);
  3. Voorafgaand aan de aanvraag is binnen de relevante terugkijktermijn een gevangenisstraf of vrijheidsbeperkende maatregel zoals TBS ondergaan. In dat geval wordt de terugkijktermijn telkens vermeerderd met de tijd dat men vast heeft gezeten. Het gaat er om dat de periode van de terugkijktermijn in vrijheid is doorgebracht; en
  4. Indien er op de justitiële documentatie zedenzaken staan (inclusief het dwingen tot prostitutie): dan geldt een onbeperkte terugkijktermijn.
  5. Indien er buiten de terugkijktermijn ernstige feiten worden aangetroffen op het strafblad en waarvoor destijds onvoorwaardelijke jeugddetentie, gevangenisstraf, TBS of een PIJ maatregel is opgelegd. In dat geval mag men tot 20 jaar terugkijken.
  6. Indien er buiten de terugkijktermijn een misdrijf wordt aangetroffen dat is gepleegd tegen een kind, waarvoor de aanvrager is veroordeeld én de VOG is aangevraagd voor een functie die ziet op het werken met kinderen. Of wanneer er buiten de terugkijktermijn (een verdenking van) een terroristisch misdrijf wordt aangetroffen. In die gevallen mag men tot 20 jaar terugkijken.

Een aantal functies met hoge integriteitseisen (punt 1) waarvoor langere termijnen gelden:

  • tolk / vertaler (10 jaar)
  • politieke ambtsdragers zoals leden van de tweede kamer of wethouders (10 jaar)
  • buitengewoon opsporingsambtenaren (10 jaar)
  • opsporingsambtenaren werkzaam bij een bijzondere opsporingsdienst (10 jaar)
  • personen werkzaam bij de diplomatieke dienst (10 jaar)
  • personen werkzaam bij de Dienst Terugkeer en Vertrek (10 jaar)
  • personen die werkzaam zijn bij een kerncentrale of een militaire basis (10 jaar)

Wat gebeurt er als er in de terugkijktermijn een delict op mijn strafblad staat?

In dat geval zal het COVOG verder terugkijken in het verleden en bezien of er nog meer strafbare feiten voorkomen. Vervolgens zal worden beoordeeld of de gevonden gegevens een belemmering zijn voor het afgeven van een Verklaring Omtrent het Gedrag.

Daarbij wordt een objectief criterium en een subjectief criterium gebruikt. Het objectieve criterium heeft betrekking op de vraag of herhaling van het strafbare feit een belemmering kan vormen voor een behoorlijke uitoefening van de functie waarvoor de VOG is aangevraagd.

Het subjectieve criterium heeft betrekking op het belang van de aanvrager. Soms weegt het belang van de aanvrager om een VOG te ontvangen zwaarder dan het belang van de samenleving bij bescherming tegen het vastgestelde risico.

Het voert te ver om de toepassing van deze criteria hier uitgebreid te bespreken. Relevant is dat het feit dat u een delict op uw strafblad hebt staan binnen de terugkijktermijn niet per se hoeft te betekenen dat u geen VOG zult ontvangen. Soms kan een aanvraag toch zinvol zijn.

Ik was minderjarig of nog vrij jong toen ik een delict pleegde. Hoe zit het dan?

Als u nog geen 23 bent op het moment dat u de aanvraag doet, betreft de terugkijktermijn in principe maar 2 jaar. Dit geldt echter alleen als er op de justitiële documentatie geen zedendelicten of ernstige geweldsmisdrijven worden aangetroffen. Met ernstige geweldsmisdrijven wordt bedoeld dat er volgens de wet 6 jaar gevangenisstraf (of meer) voor kan worden opgelegd. Dit geldt niet voor een simpele mishandeling, maar bijvoorbeeld wel voor opzettelijke zware mishandeling of een poging tot doodslag. Ook geldt de termijn van 2 jaar niet in geval van een (verdenking van een) terroristisch misdrijf.

Wat kan ik doen als de aanvraag om een VOG wordt geweigerd?

U zult in zo’n geval altijd eerst een voornemen tot weigering ontvangen. Dit is een brief waarin staat dat men voornemens is de VOG niet af te geven en waarom niet. U krijgt dan de gelegenheid om daar op te reageren door het indienen van een zogenaamde ‘zienswijze’.

Vervolgens zal men voor de definitieve beslissing rekening moeten houden met deze zienswijze. Volgt er alsnog een afwijzing, dan kunt u daar bezwaar tegen maken. Tegen een ongegrondverklaring van het bezwaar kunt u vervolgens in beroep bij de bestuursrechter.

Indien u een voornemen tot afwijzing ontvangt is het van groot belang dat u zo snel mogelijk contact opneemt met ons kantoor. Doorgaans kan met het indienen van een zienswijze namelijk meer worden bereikt dan met het indienen van een bezwaarschrift. Een zienswijze moet binnen 2 weken worden ingediend.

Wordt mijn werkgever ingelicht over mijn strafblad?

Nee. Als u van uw werkgever een VOG moet overleggen, zal het COVOG uitsluitend met u corresponderen. Uw werkgever wordt niet op de hoogte gesteld van het weigeren van de VOG en er wordt desgevraagd ook niets medegedeeld over de redenen van het weigeren daarvan.

Sinds 2013 geldt er voor twee branches echter de zogenaamde ‘continue screening’. Het gaat de taxibranche en om de kinderopvangbranche. Indien u werkzaam bent als taxichauffeur of als medewerker van een kinderdagverblijf, dan wordt uw strafblad voortdurend in de gaten gehouden. Komt er nieuwe informatie bij, dan zal door de dienst Justis van het Ministerie van Veiligheid en Justitie worden beoordeeld of er een nieuwe VOG toetsing nodig is. Zo ja, dan krijgt de toezichthouder van de betreffende branche (de Inspectie voor Leefomgeving en Transport respectievelijk de GGD) een signaal dat er een nieuwe VOG moet worden aangevraagd. Dit signaal wordt doorgespeeld naar uw werkgever. U zult dan van uw werkgever het verzoek krijgen een nieuwe VOG aan te vragen. In afwachting van de uitkomst daarvan, zult u mogelijk op non-actief worden gesteld.

Met andere woorden: als u reeds een VOG hebt en daarmee werkzaam bent in de kinderopvang of in de taxibranche, en u begaat vervolgens een strafbaar feit, dan zal uw werkgever er in ieder geval achter komen dat er iets is gebeurd en dat dit een reden is om een nieuwe VOG aan te vragen. De werkgever ontvangt echter geen inhoudelijke informatie over het delict dat zou zijn begaan.

 

*Belangrijk: om de regels zo begrijpelijk en duidelijk mogelijk uit te leggen, zijn sommige details in de regelgeving weggelaten. Bovendien is wetgeving en beleid altijd aan verandering onderhevig. De hierboven omschreven regels waren in ieder geval geldig in maart 2018. Aan dit artikel kunnen geen rechten worden ontleend. Indien u zekerheid wilt neem dan contact op met ons kantoor.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *