Strafbeschikking - Van Breukelen Advocatuur
J. van Breukelen Geen reacties

Eerder is hier geschreven over de strafbeschikking. In principe kunt u daartegen in verzet. Maar wat gebeurt er als u te laat bent met het instellen van verzet? In dit artikel wordt kort ingegaan op wat de strafbeschikking is en wanneer die kan worden opgelegd. Daarna wordt aandacht besteed aan de mogelijkheden tegen een onherroepelijke strafbeschikking.

Waar staan de regels?

De regels over de strafbeschikking staan in de artikelen 257a t/m 257h van het Wetboek van Strafvordering. Daarnaast staan er nadere regels in het Besluit OM-afdoening en de Aanwijzing OM-strafbeschikking.

Wat is een strafbeschikking?

Een strafbeschikking is een manier om een verdachte, buiten de rechter om, te vervolgen. Om een strafbeschikking op te kunnen leggen, mag op het misdrijf niet meer dan zes jaar gevangenisstraf staan. Voor een overtreding geldt deze beperking niet. Daarvoor mag een officier van justitie in beginsel altijd een strafbeschikking opleggen. Als een verdachte de strafbeschikking accepteert, erkent hij daarmee zijn schuld.

Wat voor straf kan ik krijgen door een strafbeschikking?

De officier van justitie kan in de strafbeschikking straffen en maatregelen opnemen. Deze staan in artikel 275a van het Wetboek van Strafvordering.

De straffen die opgelegd kunnen worden zijn:

  • een taakstraf van maximaal 180 uur;
  • een geldboete;
  • onttrekking van een voorwerp aan het verkeer (bijvoorbeeld: een mes dat voor een bedreiging is gebruikt);
  • betaling van een vergoeding voor het slachtoffer aan de Staat; en
  • ontzegging van de rijbevoegdheid voor maximaal zes maanden.

De maatregelen die opgelegd kunnen worden zijn:

  • afstand doen van in beslag genomen voorwerpen;
  • inleveren van voorwerpen voor verbeurdverklaring;
  • betaling van een vergoeding voor illegaal verkregen voordeel;
  • betalen van een vergoeding aan het Schadefonds Geweldsmisdrijven of een andere instelling; en
  • andere gedragsaanwijzingen waaraan een verdachte zich binnen de proeftijd moet houden.

Wanneer wordt een strafbeschikking onherroepelijk?

Net als bij gerechtelijke uitspraken, wordt een strafbeschikking onherroepelijk als er geen rechtsmiddelen meer tegen openstaan. Dat betekent concreet dat de rechtsmiddelen zijn ‘gebruikt’ of dat de termijn om een rechtsmiddelen in te stellen is verstreken. Een rechtsmiddelen is een juridisch instrument om een beslissing van een gerecht of van de officier van justitie mee aan te vechten.

Bij de strafbeschikking heet het rechtsmiddel dat u kunt instellen: verzet. Verzet is geregeld in de artikelen 257e en 247f van het Wetboek van Strafvordering. Door verzet in te stellen zal de zaak alsnog op het bord van de rechter komen. In principe geldt dat u, na het bekend worden met de strafbeschikking, twee weken de tijd hebt om in verzet te gaan. Dit kan door te bellen of een brief te sturen naar het Openbaar Ministerie waarbij u zegt dat u in verzet wilt en waarom.

In sommige gevallen geldt een langere termijn van zes weken. Er moet dan voldaan zijn aan de volgende voorwaarden:

  • Het gaat om een overtreding (dus niet een misdrijf);
  • De geldboete is maximaal € 340,00;
  • De strafbeschikking is uiterlijk 4 maanden na het plegen van het feit uitgevaardigd; en
  • Het werd verzonden naar het GBA-adres of het door de verdachte opgegeven adres.

Indien u na het krijgen van een strafbeschikking niet of te laat in verzet gaat, wordt de strafbeschikking onherroepelijk (lees: definitief). Ook wanneer u vrijwillig afstand doet van het recht om in verzet te gaan of wanneer u het verzet intrekt, wordt de strafbeschikking onherroepelijk. Vrijwillig afstand doen gebeurt door de strafbeschikking te accepteren of via een advocaat schriftelijk afstand te doen.

Als de verdachte toch verzet instelt, terwijl de termijn om in verzet te gaan is verstreken, zal de rechter het verzet niet-ontvankelijk verklaren. En dan?

Wat kan ik doen tegen een onherroepelijke strafbeschikking?

Herziening ten voordele

Tegen een onherroepelijke strafbeschikking kan mogelijk een herziening ten voordele openstaan. De herziening ten voordele is geregeld in artikel 457 van het Wetboek van Strafvordering. De aanvraag voor een herziening ten voordele is alleen mogelijk als er een uitspraak of vonnis van een rechter ligt en alle andere rechtsmiddelen zijn uitgeput. Dit betekent dat er geen hoger beroep of cassatie meer mogelijk is.

Een strafbeschikking is geen rechterlijke uitspraak en tegen een onherroepelijke strafbeschikking kun je niet in hoger beroep. Via een omweg moet een gerechtelijke uitspraak worden verkregen. Dit kunt u doen door te laat in verzet te gaan. Op dat moment krijt u ook een uitspraak namelijk: de niet-ontvankelijkverklaring van het verzet. U kan daartegen in beroep gaat en in cassatie. Mochten allebei de uitkomsten niets opleveren, kan daarna een herziening ten voordele worden aangevraagd.

Een tweede optie om een herziening ten voordele aan te vragen, is door de executie van de strafbeschikking te laten mislukken. Indien u zich niet houdt aan bijvoorbeeld de in de strafbeschikking opgelegde taakstraf, dan kan de officier van justitie u dagvaarden. De zaak zal dan voor de rechter komen en er zal daarna een uitspraak worden gedaan. U kunt daartegen in beroep gaan en in cassatie. Mochten allebei de uitkomsten niets opleveren, kan daarna een herziening ten voordele worden aangevraagd.

Kanttekening

Een grote kanttekening die gemaakt moet worden bij de herziening ten voordele, is dat deze maar op drie strenge gronden kan worden aangevraagd.

  1. het onherroepelijke vonnis is in strijd met andere onherroepelijke vonnissen (bijvoorbeeld u wordt veroordeeld voor de moord op Piet, terwijl Piet nog leeft of een ander al voor zijn moord is veroordeeld);
  2. er is in de procedure een verdragsschending door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens vastgesteld; en
  3. er liggen nieuwe feiten en omstandigheden op tafel (bijvoorbeeld er is nieuw DNA-materiaal, waardoor u zou zijn vrijgesproken).

Het komt er dus op neer dat een strafbeschikking ten onrechte moet zijn opgelegd, wil men kans maken op een herziening ten voordele.

Intrekkingsverzoek officier van justitie

Tot slot kan er nog een verzoek om intrekking van de strafbeschikking worden gedaan bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft de bevoegdheid om de (onherroepelijke) strafbeschikking in te trekken op grond van artikel 257e lid 8 van het Wetboek van Strafvordering. Het is hiervoor niet nodig dat de u verzet heeft ingesteld. Onduidelijk is nog of dit verzoek kan worden gedaan, nadat de strafbeschikking al ten uitvoer is gelegd (bijvoorbeeld als de taakstraf al is uitgevoerd).

Conclusie

De mogelijkheden om een onherroepelijke strafbeschikking aan te vechten, zijn erg klein. Het belangrijkste is en blijft, dat u niet zomaar een strafbeschikking accepteert. Houd de termijnen voor verzet in de gaten en neem zo snel mogelijk contact op met een advocaat. Zo bespaart u veel tijd. Mocht het verzet toch niet nodig zijn, dan kunt u deze altijd nog intrekken.

Vragen?

Mocht uw vraag door deze informatie nog niet zijn beantwoord, of wilt u advies over uw zaak? Neem dan contact op met het kantoor voor een vrijblijvend intakegesprek.

Ook interessant:

Alles over de strafbeschikking

Alles over het strafblad

De Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *