J. van Breukelen Geen reacties

Indien de belastingdienst na een boekenonderzoek in uw bedrijf tot de conclusie komt dat de administratie niet op de orde is, kan de inspecteur u een zogenaamde informatiebeschikking opleggen. Wat betekent dat, en belangrijker, wat zijn de gevolgen voor u en uw bedrijf?

Indien de informatiebeschikking onherroepelijk (definitief) is geworden, heeft dat grote gevolgen in procedures over belastingaanslagen over de jaren waarop de beschikking betrekking had.

De Algemene Wet Inzake Rijksbelastingen (AWR) bepaalt namelijk dat er in zo’n geval een verzwaring en omkering van de bewijslast ontstaat, zowel in de bezwaarfase (artikel 25 lid 3 AWR) als in de beroepsfase (artikel 27e lid 1 AWR). Dit betekent dat u zult moeten aantonen dat de aanslag die de belastinginspecteur oplegt onjuist is. Dit is vaak lastig en soms onmogelijk om te bewijzen.

Wanneer de informatiebeschikking nog niet definitief is (er loopt bijvoorbeeld nog een bezwaar of beroep tegen) of wanneer er überhaupt geen informatiebeschikking is gegeven, dan kan men de bewijslast niet omkeren of verzwaren. De enkele constatering dat de administratieplicht van artikel 52 AWR is geschonden, is dus onvoldoende. Dit heeft de Hoge Raad bepaald in meerdere uitspraken (Hoge Raad 2 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:2795 & Hoge Raad 15 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:37).

Informatiebeschikking gekregen? Teken bezwaar aan. 

Teneinde omkering van de bewijslast te voorkomen, is het van belang om zo snel mogelijk, of in ieder geval binnen 6 weken, bezwaar aan te tekenen. Mocht het bezwaar reeds ongegrond zijn verklaard, dan kan het zinvol zijn om in beroep te gaan bij de belastingrechter.

Van Breukelen Advocatuur kan u hierbij helpen. Een informatiebeschikking mag namelijk niet zomaar worden opgelegd en dient te voldoen aan een aantal formele eisen. Ook mag een inspecteur niet te lichtvaardig een informatiebeschikking uitreiken.

Daarnaast kan het procederen tegen een informatiebeschikking zinvol zijn om daarmee te voorkomen dat de informatiebeschikking definitief wordt of om meer tijd te krijgen om alsnog de gevraagde informatie te verstrekken. Indien de rechtbank het beroep ongegrond acht, moet er in principe een nieuwe termijn worden gesteld waarbinnen de informatie alsnog kan worden gegeven (artikel 27e lid 2 AWR). Pas als de belastingplichtige na verloop van deze termijn niet heeft kunnen voldoen aan zijn informatieplicht, is er weer sprake van omkering van de bewijslast.

Neem voor meer informatie of advies contact op met mr. J.J.A.P. van Breukelen op 010 – 737 06 30 of info@kantoorvanbreukelen.nl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *