Betalingsregeling bij een belastingschuld - Van Breukelen Advocatuur
J. van Breukelen Geen reacties

Soms vordert de belastingdienst teveel ontvangen toeslag terug. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om huurtoeslag, kinderopvangtoeslag, zorgtoeslag of een kindgebonden budget. Kunt u voor een dergelijke belastingschuld een betalingsregeling krijgen?

In principe moet zo’n belastingschuld in één keer worden terugbetaald. Dat uitgangspunt is neergelegd in artikel 26 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir). De belastingschuld moet dan binnen 6 weken worden terugbetaald (artikel 28 Awir).

Indien het niet lukt om de belastingschuld in één keer te betalen, kunt u schriftelijk verzoeken om een persoonlijke betalingsregeling. Dit is neergelegd in artikel 7 van de Uitvoeringsregeling Awir. Zo’n regeling mag maximaal 24 maanden duren. Is de belastingschuld te hoog om deze te kunnen aflossen in 24 maanden? Dan kunt u verzoeken om een zogenaamde persoonlijke betalingsregeling. Dit houdt dat de belastingdienst gaat kijken naar uw betalingscapaciteit.

De betalingscapaciteit wordt berekend volgens de maatstaven van artikel 13 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. In deze regeling staat precies opgesomd welke inkomsten en uitgaven meetellen. De uiteindelijke betalingscapaciteit komt vaak hoger uit dan de werkelijke betalingscapaciteit, omdat veel uitgaven niet meetellen.

Geen recht op een persoonlijke betalingsregeling

Soms hebt u voor een belastingschuld geen recht op een persoonlijke betalingsregeling. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer u een overwaarde heeft op uw eigen woning of wanneer uw bezittingen meer waard zijn dan een bepaald bedrag. Daarnaast krijgt u geen persoonlijke betalingsregeling als de belastingschuld te wijten is aan opzet of grove schuld (artikel 7 lid 6 Uitvoeringsregeling Awir). Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van grove schuld als u niet hebt gereageerd op brieven van de belastingdienst. Of wanneer u belangrijke wijzigingen in uw situatie niet hebt doorgegeven. De rechter is hier best kritisch op. In twee uitspraken van 20 februari 2015 en 3 maart 2015 oordeelde de rechtbank Den Haag dat het niet tijdig stopzetten van de kinderopvangtoeslag in principe grove schuld oplevert. Dat is slechts anders al iemand geen verwijt valt te maken.

Misschien ook interessant:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *