Beëindiging strafzaak
J. van Breukelen Geen reacties

Indien u ooit als verdachte bent aangemerkt, maar sindsdien nooit meer iets hebt gehoord van justitie kunt u daar iets tegen doen. In dit artikel leest u over wat de mogelijkheden zijn tot beëindiging van de strafzaak.

Het komt regelmatig voor dat mensen als verdachte worden verhoord door de politie, maar daarna niets meer horen. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Soms heeft een zaak niet zoveel prioriteit en is de kwestie bij de politie ‘op de plank’ blijven liggen en nooit doorgezonden naar justitie. Maar het kan ook gebeuren dat het onderzoek nog steeds loopt. De politie moet dan bijvoorbeeld nog getuigen of andere verdachten verhoren. Maar zelfs als de zaak wél is ingezonden naar justitie, kan het ook daar om diverse redenen nog lang blijven liggen.

Dit is voor een verdachte heel vervelend. Immers: hij of zij zit al die tijd in onzekerheid over wat er met de zaak gaat gebeuren. Moet ik nog voorkomen? Zo ja, wat voor straf ga ik dan krijgen? Daarnaast is het zo dat de verdenking vaak al op uw strafblad staat, zodat u problemen kunt krijgen met bijvoorbeeld een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) of een BIBOB onderzoek.

Gelukkig zijn er mogelijkheden om hier wat tegen te doen:

  • U kunt de Officier van Justitie verzoeken om een sepot;
  • U kunt de rechter-commissaris verzoeken een termijn te stellen voor beëindiging van het opsporingsonderzoek; en
  • U kunt de rechtbank verzoeken de strafzaak als beëindigd te verklaren.

Beëindiging strafzaak door het verzoeken van een sepot

De eerste mogelijkheid is vrij simpel. U of uw advocaat kunnen contact opnemen met de Officier van Justitie en hem of haar verzoeken de zaak te seponeren. Zeker als het gaat om een relatief kleine kwestie, wanneer er veel tijdsverloop is of wanneer er onmiskenbaar onvoldoende overtuigend bewijs is, zijn zulke verzoeken zeker niet kansloos. Ook kan het voorkomen dat een vervolging om verschillende redenen niet opportuun zou zijn.

Verzoek aan de rechter-commissaris om een termijn te stellen voor beëindiging van het opsporingsonderzoek

Artikel 180 van het Wetboek van Strafvordering zegt dat de rechter-commissaris moet waken tegen onnodige vertraging van het opsporingsonderzoek. Dit betekent dat de advocaat van de verdachte aan de rechter-commissaris kan vragen de voortgang van het opsporingsonderzoek te beoordelen. De rechter-commissaris kan vervolgens alle stukken opvragen bij het Openbaar Ministerie en zonodig de Officier van Justitie en de verdachte horen.

Uiteindelijk kan de rechter-commissaris ook een termijn stellen voor beëindiging van het opsporingsonderzoek. Dit betekent dat de Officier van Justitie een bepaalde tijd krijgt waarbinnen hij de zaak moet afronden en een beslissing moet nemen over het al dan niet (verder) vervolgen van de verdachte.

Met dit verzoek aan de rechter-commissaris bereikt u dus niet beëindiging van de strafzaak zelf, maar uitsluitend beëindiging van het opsporingsonderzoek. Wel kan de rechter commissaris de zaak op eigen initiatief voorleggen aan de rechtbank ter beëindiging van de strafzaak. Dit kan de verdachte echter ook zelf, zonder tussenkomst van de rechter-commissaris.

Beëindiging strafzaak door een verzoek aan de rechtbank

Tot slot kunt u een beroep doen op artikel 29f van het Wetboek van Strafvordering (artikel 36 Sv oud). Dit artikel biedt u als verdachte de mogelijkheid om de rechtbank te verzoeken de zaak als beëindigd te verklaren. Voor toepassing van dit artikel gelden echter wel een aantal bijzonderheden. De Hoge Raad heeft hier op 1 oktober 2019 een interessante uitspraak over gedaan.

Er moet sprake zijn van een vervolging

De rechtbank kan een strafzaak alleen beëindigen indien er juridisch sprake is van een vervolging. Waneer u alleen bent verhoord als verdachte, is er nog geen sprake van een vervolging. U zult dan niet-ontvankelijk worden verklaard in het verzoek tot beëindiging van de strafzaak.

Wanneer is er dan sprake van een vervolging? Volgens de Hoge Raad is daarvan sprake indien er door de Nederlandse Staat een handeling is verricht waaraan de betrokkene in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem een strafvervolging zal worden ingesteld. Wat dit in de praktijk is, hangt af van de feiten en omstandigheden van het geval. Van een vervolging is in ieder geval sprake indien de verdachte ooit in verzekering is gesteld. Ook wanneer er conservatoir beslag is gelegd of wanneer er een vordering is gedaan aan de rechter-commissaris voor een doorzoeking, is er sprake van een vervolging.

Een verzoek tot beëindiging van de strafzaak is niet meer mogelijk wanneer het onderzoek ter terechtzitting is gestart

Zodra het onderzoek ter terechtzitting is gestart is de verdachte niet-ontvankelijk in het verzoek tot beëindiging van de strafzaak. Wel is het mogelijk dat deze mogelijkheid weer ontstaat nadat de rechter een einduitspraak heeft gedaan die onherroepelijk is geworden. Bijvoorbeeld wanneer de rechter zichzelf onbevoegd heeft verklaard of wanneer de dagvaarding nietig is verklaard. Immers, in die gevallen zou de Officier van Justitie opnieuw kunnen dagvaarden. Door een dergelijke uitspraak is de strafzaak dus niet beëindigd.

Een overschrijding van de redelijke termijn is geen grond voor beëindiging van de strafzaak

Soms komt het voor dat alles zo lang duurt dat er sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn. Deze termijn is in de meeste gevallen twee jaar. Echter, in het hiervoor aangehaalde arrest heeft de Hoge Raad duidelijk gemaakt dat dit nooit een reden is om de zaak te beëindigen. Net zo min als het een reden is om het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging.

Wat zijn wél gronden voor beëindiging van de strafzaak?

Volgens de Hoge Raad kan een strafzaak worden beëindigd indien er niet of nauwelijks activiteiten meer worden verricht in het strafrechtelijk onderzoek. Daarnaast moet redelijkerwijs niet te verwachten zijn dat het Openbaar Ministerie de verdachte nog zal dagvaarden of tegen hem een strafbeschikking zal uitbrengen.

De Hoge Raad zegt hierbij wel dat het een bevoegdheid is waar de rechter terughoudend mee moet omgaan. De rechtbank kan hierbij onder meer kijken naar de vraag of het Openbaar Ministerie zich heeft gehouden aan de termijn die de rechter-commissaris eventueel gegeven heeft. Ook kan gekeken worden naar wat het Openbaar Ministerie heeft gedaan sinds een eventuele aanhouding van de beslissing op een verzoek ex. artikel 29f Sv.

Vragen?

Hebt u na het lezen van dit artikel nog vragen of wilt u weten wat u kunt doen voor een beëindiging van uw strafzaak? Neem dan vrijblijvend contact op met het kantoor.

Misschien ook interessant:

Verjaring in het strafrecht

Schadevergoeding na vrijspraak of sepot

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *