Van Breukelen Advocatuur

Nieuws

De meest recente ontwikkelingen op het gebied van strafrecht, bestuursrecht, hennepzaken en fiscaal recht. 

Weigering aftrek omzetbelasting op catamaran

Op 20 november 2017 heeft de belastingkamer van de rechtbank Gelderland een interessante uitspraak gedaan over de aftrek van omzetbelasting over een zakelijk aangeschafte catamaran. Ook werd er uitspraak gedaan over een door de inspecteur opgelegde verzuimboete.

Het ging om het volgende: eiser (een BV) had in 2010 een catamaran gekocht voor een bedrag van € 19.284,80, inclusief € 3.079,07 aan btw. De directeur en enig aandeelhouder van eiser, genaamd A, heeft samen met een ander persoon, genaamd G, de aandelen in handen van een andere BV, genaamd E. 

Persoon G heeft kort nadat de catamaran was aangeschaft, een bedrag van € 8.102,85 overgemaakt naar de rekening van eiser. Vervolgens zijn A en G vanaf 2010 tot 2014 gaan varen op de catamaran en werd er ook deelgenomen aan diverse zeilwedstrijden. 

Eiser (de BV dus) had de over de catamaran in rekening gebrachte omzetbelasting volledig afgetrokken. Er was geen omzetbelasting in rekening gebracht en afgedragen over het bedrag dat G aan eiser had voldaan.

De inspecteur van de belastingdienst had een naheffing omzetbelasting opgelegd omdat de aanschaf van de catamaran en de kosten van het onderhoud volgens de inspecteur niet voor zakelijke doeleinden waren gemaakt, maar enkel voor privé vermaak. De voorbelasting was volgens de belastingdienst ten onrechte in aftrek gebracht. Om die reden werd er naast de naheffing een verzuimboete opgelegd van 10%.

Eiser weet de rechter er uiteindelijk van te overtuigen dat de catamaran met een zakelijk doel is aangeschaft, namelijk - kort gezegd - reclame maken voor E (de andere BV). Hoewel de catamaran volgens de rechter pas vanaf 2012 daadwerkelijk voor dat doel werd gebruikt is het belangrijkste punt dat de eiser de zeilboot in hoedanigheid van belastingplichtige heeft aangeschaft, omdat aannemelijk is dat zij van het begin af aan van plan was om de catamaran te gebruiken om klanten te werven. 

Dit betekent volgens de rechtbank dat de omzetbelasting op de kosten in verband met de catamaran in beginsel geheel voor aftrek in aanmerking komt. Volgens Europese Regels is dat zelfs zo als er sprake is van gedeeltelijk privé gebruik. In Nederland geldt ondanks de werking van de Europese richtlijn en de jurisprudentie daarover echter het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting (BUA), waardoor de aftrek in Nederland toch beperkt kan worden als er sprake is van gedeeltelijk privé gebruik.

Vervolgens komt de rechtbank met een uitgebreide berekening van welk gedeelte van de omzetbelasting terecht in aftrek is gebracht en welk gedeelte niet. Dat is op zich niet zo interessant. Wat interessanter is hetgeen de rechtbank zegt over de opgelegde boete. 

De verzuimboete is volgens de rechtbank ten onrecht opgelegd. Immers: de boete was gebaseerd op het verwijt dat eiser omzetbelasting voor niet-zakelijke kosten had afgetrokken. Juist dat verwijt is volgens de rechtbank onjuist. De kosten waren voor de omzetbelasting wel degelijk zakelijk, want gemaakt in de hoedanigheid van belastingplichtige. Weliswaar bleek de voorbelasting achteraf toch grotendeels niet aftrekbaar, maar dat had uitsluitend te maken met de toepassing van het BUA. Daar was de boete niet op gebaseerd.

Let op: deze uitspraak gaat uitsluitend over de omzetbelasting. Het feit dat de kosten in dit voorbeeld als zakelijk worden gezien, betekent niet dat dit ook zo is voor de vennootschapsbelasting (Vpb) of de inkomstenbelasting (IB). Daarvoor geldt een ander beoordelingskader. Neem voor meer informatie contact op met het kantoor.