Van Breukelen Advocatuur

Nieuws

De meest recente ontwikkelingen op het gebied van strafrecht, bestuursrecht, hennepzaken en fiscaal recht. 

Moet ik na een veroordeling meewerken aan DNA afname?

Mensen die veroordeeld zijn in een strafzaak krijgen vaak na enkele weken een brief thuis waarin staat dat ze moeten langskomen op het politiebureau om DNA af te staan. Vaak word ik dan gebeld met de vraag of dit verplicht is.

Het korte antwoord is: ja, dat is verplicht. De verplichting geldt echter alleen voor bepaalde feiten. 

De verplichte afname van DNA na een veroordeling is neergelegd in de zogenaamde Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden en is van kracht sinds 2005.

De kern van de wet wordt gevormd door artikel 2 lid 1. Daarin staat dat de Officier van Justitie verplicht is om van iemand die is veroordeeld voor bepaalde strafbare feiten celmateriaal af te laten nemen ten behoeve van het bepalen en verwerken van zijn DNA profiel, tenzij:

  • er van de veroordeelde reeds een DNA profiel is verwerkt;
  • redelijkerwijs aannemelijk is dat het bepalen en verwerken van het DNA profiel gelet op de aard van het misdrijf of de bijzondere omstandigheden waaronder het misdrijf is gepleegd niet van betekenis zal kunnen zijn voor de voorkoming, opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten van de veroordeelde.

Wat is een veroordeelde?

De eerste vraag is natuurlijk wat een veroordeelde is. Die vraag wordt in artikel 1 sub c van de wet. Het gaat om een persoon die al dan niet onherroepelijk is veroordeeld tot:

  • een gevangenisstraf, jeugddetentie, militaire detentie of een taakstraf (dus niet: hechtenis of een geldboete);
  • een maatregel tot plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis;
  • een TBS maatregel;
  • een ISD maatregel;
  • een PIJ maatregel (Jeugd TBS);

De woorden ‘al dan niet onherroepelijk’ zijn van groot belang. Dit betekent dat de veroordeling nog niet definitief hoeft te zijn. Zelfs als de veroordeelde in hoger beroep is gegaan, zal er DNA moeten worden afgestaan. 

Daarnaast hoeft er niet altijd een veroordeling te zijn. Ook iemand die is ontslagen van rechtsvervolging, maar vervolgens bijvoorbeeld een TBS maatregel opgelegd heeft gekregen, geldt als een ‘veroordeelde’ in de zin van de Wet DNA onderzoek bij veroordeelden. 

Hetzelfde geldt voor iemand aan wie bij een onherroepelijke strafbeschikking een taakstraf is opgelegd. In geval van een strafbeschikking moet deze dus wel definitief zijn. 

Een schikking (transactie) met het Openbaar Ministerie geldt niet als een veroordeling. In zo’n geval kan de Officier van Justitie dus geen bevel tot DNA afname geven. 

Voor welke feiten moet iemand zijn veroordeeld?

De tweede vraag is voor welke delicten de Officier van Justitie het bevel kan geven. Dit zijn in beginsel de strafbare feiten die zijn omschreven in artikel 67 eerste lid van het Wetboek van Strafvordering. Dit artikel gaat over het kunnen toepassen van voorlopige hechtenis. Dus: als iemand is veroordeeld voor een feit waarvoor voorlopige hechtenis kan worden toegepast, dan is de Officier van Justitie verplicht om te bevelen dat er van zo iemand DNA materiaal wordt afgenomen. 

Maar welke feiten zijn dit dan?

De hoofdregel is: elk feit waarvoor naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf kan worden opgelegd van 4 jaar of meer. Let op: het gaat dus niet om de werkelijk opgelegde straf, maar het gaat om het wettelijk maximum. Voor winkeldiefstal is dit bijvoorbeeld 4 jaar, terwijl er in de praktijk vaak slechts een geldboete of hooguit een gevangenisstraf van 3 weken voor wordt opgelegd. Dit betekent dat iemand die is veroordeeld voor een winkeldiefstal een bevel tot DNA afname zal krijgen. Andere voorbeelden zijn inbraak, beroving, valsheid in geschrifte, afpersing, de meeste zedendelicten, doodslag, zware mishandeling of oplichting. 

Daarnaast zijn er een aantal feiten met een lagere maximale straf, maar waarvoor toch voorlopige hechtenis (en dus ook een bevel DNA afname) kan worden gegeven. De meest voorkomende gevallen zijn:

  • het zonder vrijstelling binnen of buiten Nederland brengen van een wapen;
  • het hebben van een hennepkwekerij of het voorbereiden daarvan;
  • het veroorzaken van lichamelijk letsel in het verkeer als er sprake is van roekeloos rijgedrag; 
  • een aantal varianten van dierenmishandeling;
  • opruiing;
  • een gewoonte maken van aanzetten tot haat of discriminatie;
  • stalking;
  • handelen in strijd met een gedragsaanwijzing;
  • vernieling;
  • bedreiging;
  • benadeling schuldeisers vlak voor een dreigend faillissement;
  • witwassen;

Deze lijst is niet volledig: kijk in artikel 67 Wetboek van Strafvordering voor de gehele lijst van feiten of neem contact op met het kantoor voor nader advies.

Wat zijn de gevolgen van het bevel tot DNA afname?

De gevolgen zijn dat er bij de veroordeelde DNA materiaal wordt afgenomen (standaard is dit wangslijmvlies), dat aan de hand van dit materiaal een DNA profiel wordt gemaakt en dat dit DNA profiel wordt opgeslagen in de landelijke DNA database. 

Dit betekent dat als er in de toekomst ergens DNA wordt gevonden op een plaats delict, dat het profiel dat daar uitkomt wordt vergeleken met alle andere profielen in de database. Als er een match is, weet men van wie het gevonden DNA is. De betreffende persoon zal dan mogelijk als verdachte worden aangemerkt.

Het profiel blijft 20 of 30 jaar lang bewaard, afhankelijk van het delict waarvoor iemand is veroordeeld. 

Kan ik er iets tegen doen?

De wet schrijft voor dat het mogelijk is om binnen 14 dagen na afname van het celmateriaal een bezwaarschrift in te dienen (artikel 7). Dit is in veruit de meeste gevallen niet heel erg zinvol, omdat de wet vrij duidelijk is en weinig ruimte biedt voor uitzonderingen. Er zijn echter wel een paar uitzonderingsgevallen te noemen, maar dat zal ik bespreken in een toekomstig artikel. Tot die tijd raad ik u aan om u bij twijfel even te laten adviseren door een advocaat.