Van Breukelen Advocatuur

Nieuws

De meest recente ontwikkelingen op het gebied van strafrecht, bestuursrecht, hennepzaken en fiscaal recht. 

Gemiddelde straf voor hennepkwekerij

Ons kantoor ontvangt bijna dagelijks de vraag wat voor straf er staat op het hebben van een hennepkwekerij. Het antwoord op die vraag is simpel: er staat geen vaste straf op.

De strafmaat voor het hebben van een wietkwekerij is afhankelijk van verschillende  factoren zoals het aantal planten, de duur van de periode waarin de kwekerij heeft gedraaid, de professionaliteit ervan, het al dan niet illegaal aftappen van stroom, het strafblad van de verdachte, zijn of haar persoonlijke omstandigheden en tenslotte de proceshouding op de zitting. 

Het grootste deel van de opgerolde kwekerijen betreft echter de eenvoudige thuisteler die maximaal 200 planten op zolder of in de kelder heeft staan en al snel wordt betrapt. Meestal zijn er een stuk of 4 oogsten geweest, soms minder, soms meer, soms viel de politie al binnen voordat er überhaupt geoogst was. 

Op basis van praktijkervaring kan gezegd worden dat het hebben van dit soort wietplantages door de politierechter wordt bestraft met een taakstraf van gemiddeld 80 à 120 uur op voorwaarde dat de verdachte  niet eerder is veroordeeld voor overtreding van de opiumwet. Dit is met nadruk een gemiddelde, omdat de straffen soms hoger uitvallen. Bijvoorbeeld als het aantal planten of het aantal oogsten hoger lag, of wanneer er groot brandgevaar is ontstaan. 

Naast een taakstraf wordt er soms een voorwaardelijke gevangenisstraf van een aantal weken opgelegd. Dit betekent dat de veroordeelde niet hoeft te gaan zitten, tenzij hij of zij zich in een proeftijd (die meestal 2 jaar duurt) opnieuw schuldig maakt aan een misdrijf of overtreding. 

Voor echt professionele kwekerijen in loodsen en bedrijfspanden, waar op grote schaal hennep wordt geteeld (de zogenaamde ‘wietfabrieken’), worden geen taakstraffen meer uitgedeeld. Daar volgt zonder meer onvoorwaardelijke gevangenisstraf en vaak ook langdurige voorlopige hechtenis.

De grootste zorg voor de meeste cliënten die een hennepkwekerij hebben gehad is echter niet de taakstraf, maar de zogenaamde ontnemingsvordering. De Officier van Justitie gaat er vanuit dat er (veel) geld is verdiend met het kweken van wiet, en eist dat dit geld wordt terugbetaald aan de Nederlandse Staat. Dit wordt ook wel de ‘pluk ze’ maatregel genoemd. Het is dus géén straf of een boete, maar een maatregel die de hennepteler verplicht het verdiende geld terug te betalen aan de overheid. 

Omdat justitie doorgaans niet afgaat op wat de verdachte zelf verklaart over de hoeveelheid oogsten en de opbrengsten daarvan, volgt er een berekening. Men gaat er vanuit dat een cannabisplant gemiddeld 28,2 gram aan gedroogde hennep oplevert. Deze hoeveelheid wordt vermenigvuldigd met het aantal aangetroffen planten en het aantal oogsten dat door justitie aannemelijk wordt geacht. Vervolgens wordt gekeken naar de verkoopwaarde van marihuana en komt men tot een vaak duizelingwekkend bedrag dat de verdachte dient terug te betalen. 

Bij de meest eenvoudige – kleine – thuiskwekerij eist justitie vaak al duizenden euro’s terug van de verdachte. Bij een wat grotere thuiskwekerij die wat langer heeft gedraaid, komt het bedrag al snel boven de 100.000 euro. 

Het is de taak van de advocaat / raadsman om deze geldvordering zo goed mogelijk te bestrijden. Gelukkig valt er vaak heel wat af te dingen op de berekening die door justitie is gemaakt. Deskundige rechtsbijstand kan de verdachte al snel tienduizenden euro’s schelen.